Het failliet van de woonconsument; leve de woonprosumer!

06 december 2010  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Ach, die arme Nederlandse woonconsument. Hij wilde wonen. Maar hij kon niet. Hij is failliet. Niet door de kredietcrisis, niet door het gebrek aan woningen maar door zijn eigen passieve gedrag. Het wordt tijd dat de woonconsument uit zijn luie stoel opstaat en actief meewerkt aan de productie van aantrekkelijke woningen.

Het is een terugkerende sketch in de Britse comedyserie Little Britain; de dikke, verwende, in een rolstoel zittende Andy en zijn overbezorgde vriend Lou. Iedere keer als Lou probeert om Andy op al zijn wenken te bedienen -en even niet kijkt- doet Andy precies waar hij zelf zin in heeft. Sketches die grote overeenkomst vertonen met het gedrag van de Nederlandse woonconsument.

Aan de aanbodkant wordt vertwijfeld gepoogd de woonconsument in kaart te brengen. Waarden- en leefstijlonderzoeken worden uit de kast getrokken, Mentalitymaps opgesteld, Soulife uitgevoerd, er wordt leefconceptgericht ontwikkeld, een Brand Strategy Research losgelaten of een Community Concepts uit de hoed getoverd. Interessant en trendy klinkende Engelse termen want de lifestyle-benadering heeft een verkoop-PR- en marketingachtergrond. Dat zou al een reden moeten zijn om de wenkbrauwen bij de woonconsument te doen fronsen. Maar nee, hij slikt alles voor zoete cheesecake.

(Foto: Suzanne Matrosov-Vruggink)

Want de Sober Filosoferenden, de Spiritueel Altruïsten, de Stille Luxegenieters, de Ruimdenkers en de Gemaksgeoriënteerden weten niet beter. De woonconsument wil individueel zijn én met de groep meedoen. En dat wil iedereen. Het is trendy om jezelf te zijn en dat ook in je woning tot uitdrukking te brengen. Zoals in de film Life of Brian van Monty Python uit 1979 waar Brian het volk toeschreeuwt: “You are all individuals!”waarop het volk en masse terugschreeuwt: “YES! WE ARE ALL INDIVIDUALS!”. Woonconsumenten zijn conformisten verkleed als non-conformisten. Degene die niet weten wat ze willen hebben een groot probleem. Omgekeerd: wee degene die écht doet waar hij zin in heeft en zijn huis paars met okergele kozijnen verft. Die krijgt meteen de welstandspolitie aan de deur. Want als het om wonen gaat dienen we massaal individueel in de pas lopen.

Het grote probleem is dat de huizenkoper (kent u dat woord nog?) door de aanbodzijde van overheid, corporaties en ontwikkelaars is opgehipt tot woonconsument. Daardoor lijkt het alsof deze wat te vertellen heeft. Feit is dat de potentiële koper/huurder door gebruik van het woord woonconsument is gereduceerd tot een eenzijdig afnemer van het “product wonen” dat door anderen voor hem (en vooral zonder hem) is bedacht. Want er valt weinig tot niets te kiezen, behalve de badkamertegels, een designkeuken of een hip architectonisch vormgegeven geveltje. Nog griezeliger wordt het als ontwikkelaars ‘consumentgericht’ gaan ontwikkelen. Wat meteen de vraag oproept wat zij al die jaren daarvóór hebben gedaan.

Eigenlijk kan die arme woonconsument er ook niks aan doen. Hij is een product van de aanbodzijde; een kleipop, gekneed door de markt. Jarenlange naoorlogse overheidsbemoeienis (tot de dievenklauw aan toe: Politiekeurmerk!) heeft tot passieve, mopperende, zeurende, klagende en jammerende, woonconsumenten geleid. Niemand heeft het juiste recept voor individueel wonen; ondanks de meer dan 15 verschillende woonpornobladen die het wonen glibberend presenteren. Van VT Wonen, via Seasons en Eigen Huis en Interieur langs 101 Woonideeën tot aan More than Classic; met een oplage tussen de 30- en 180.000 per titel worden zij gretig geconsumeerd. Zo wordt het individu vertelt hoe hij dezelfde unieke woonstijl kan bereiken die iedereen erop na moet houden. Geen enkel blad vertelt echter de kunst van het wonen; er wordt alleen geshowd hoe jouw individuele stijl eruit moet zien om leuk voor de dag te komen.

Wonen is leven; wonen is niet consumeren. Wonen dient van twee kanten te komen. Wonen is een werkwoord, voor zowel de aanbieder als de toekomstig bewoner. Dat betekent dat alle lifementalitystrategycommunityconcepts in de prullenbak kunnen en de koper/huurder/toekomstig bewoner meer aan zet moet komen. En dat is lastig. Want daar zit niemand op te wachten. De producenten niet, want vervelende klanten: nee, dat is niet de bedoeling. Gemeenten ook niet, want mondige burgers: dat vertraagt de bouw alleen maar. Want we moeten voort, en snel een beetje!

De verwende, luie woonconsument -ooit treffend beschreven door Gerard Reve met: “Groots en meeslepend wil ik leven. Maar met behoud van maandsalaris”– heeft zijn tijd gehad. Gelukkig is er nu een crisis die overheid en markt dwingt om zich te bezinnen. Veel partijen zitten evenwel in de verschillende fasen van rouwverwerking: ontkenning – protest en boosheid – onderhandelen en vechten – depressie en uiteindelijk: aanvaarding (met dank aan Elisabeth Kübler-Ross) maar zullen er toch aan moeten: weg met die woonconsument; hoera voor de bewoner. Noem ‘m desnoods woonprosumer: de woonconsument die mede bijdraagt aan de productie van zijn woning en woonomgeving, treffend beschreven in Wonen in Ruimte en Tijd; een scherp rapport van de VROM-Raad. Daarin wordt gesteld dat de drang naar meer zelfbeschikking, al enkele decennia in gang, in de nabije toekomst zeker niet zal afnemen. Er is behoefte aan nieuwe producten als antwoord op een nieuwe vraag, met meer ruimte voor eigen initiatieven. Onze buurlanden laten dit al zien: daar waar een aanbod- in een vragersmarkt is veranderd is de woonconsument als sneeuw voor de zon verdwenen en geëmancipeerd tot volwaardig partner in het ontwikkelen van woningen. Met macht over het aanbod, omdat hij zelf meedenkt en meebeslist.

Hierbij de oproep aan alle potentiële huurders en kopers van woningen om advertenties, verkoopfolders en glossy magazines met het woord “woonconsument” deze winter op te stoken in de individuele design-open haard. Zodat de ex-woonconsument nog even kan nagenieten van de warmte van zijn eigen failliet.

Foto boven: Reitdiep, Groningen (foto: Suzanne Matrosov-Vruggink)

Particulier opdrachtgeverschapWoningmarktwoonconsumentWoonprosumer



Ook interessant:

NOVI: Een hoopvol perspectief?

Peter Paul Witsen

De verborgen verhalen van Rotterdam

Teun van den Ende

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers