Tussentijd

30 juni 2010  /  Floor Tinga

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Tussentijd. Het is de periode waarin een stedelijk gebied in transformatie verkeert. In het landschap van dichtgetimmerde huizen en braakliggende veldjes lijkt de pauzeknop te zijn ingedrukt. Iedereen is in afwachting van het gedroomde eindbeeld. Juist in deze periode is er behoefte aan een constructieve invulling van het heden. De kunstenaarsorganisatie Mobiel projectbureau OpTrek publiceerde twee lijvige boeken die een lans breken voor urbane planning in de tussentijd.

Tussen 2002 en 2009 bewoog OpTrek zich met opvallende multidisciplinaire projecten in de Haagse multi-etnische wijk Transvaal. De beeldend kunstenaars Sabrina Lindemann en Annechien Meier hadden de dagelijkse leiding over het projectbureau dat zich in die periode van slooppand naar slooppand bewoog. In plaats van achter de tekentafel te blijven, of in vergaderkamers beleidsplannen te smeden, brak OpTrek met de gangbare planmatige praktijk van wijkvernieuwing en nestelde zich letterlijk en figuurlijk in de wijk zelf. De inzet van kunst was nadrukkelijk niet bedoeld om op te leuken. Lindemann en Meier wilden juist met interventies, debatten en kunstprojecten commentaar leveren op  stedenbouwkundige plannen, en alternatieven bieden voor de aanpak van gebiedsontwikkeling. Dit gebeurde in samenwerking met buurtbewoners, beleidsmakers, woningcorporaties en architecten. De kern van hun aanpak was het eindbeeld denken –  wat de stedenbouw tot nu toe heeft gekenmerkt – te transformeren naar een constructief denken over ‘het ondertussen.’

In beide publicaties wordt via interviews, essays en beeldverhalen duidelijk welke rol kunst kan spelen in de periode van stedelijke vernieuwingsprocessen. OpTrek in Transvaal. Over de rol van publieke kunst in de stedelijke ontwikkeling gaat vooral in op de rol die de kunstenaar zelf speelt. Kunstenaars zoals Lindemann en Meier nemen de rol aan van urban curators, door op een sociale en esthetische wijze activiteiten te ontplooien in de wijk, netwerken te smeden en mee te transformeren met de ontwikkelingen die zich voordoen. Diverse strategieën van urban curators uit het internationale kunstenveld worden in dit boek nader belicht.

artikel afbeelding

Sloop in Transvaal (foto: www.optrektransvaal.nl)

Stedelijke transformatie in de Tussentijd. Hotel Transvaal als impuls voor de wijk legt vooral de nadruk op het Laboratorium voor de Tussentijd, ontwikkeld in samenwerking met architectenbureau Studio Iris Schutten. Via onderzoeken, concepten en projecten die vanuit het Laboratorium zijn ontstaan, wil dit boek vooral een handvat bieden aan een ieder die op professionele wijze betrokken is bij herstructurering van stadswijken. Het succesvolle project ‘Hotel Transvaal *-*****, verblijf in de Tussentijd’ (een concept van het toenmalige architectenduo RAL2005) wordt in dit boek uitvoerig toegelicht.

Afleidingsmanoeuvre
In een herstructureringswijk als Transvaal groeit een hele generatie op in de tussentijd waarin slooppanden en braakliggende terreinen het straatbeeld bepalen. Verspreid over een periode van vijftien jaar worden drieduizend sociale huurwoningen gesloopt, waarvoor zestienhonderd koop en huurwoningen worden teruggeplaatst. Voor de gemeente en woningbouwcorporaties kan kunst een welkome afleidingsmanoeuvre zijn om dit ingrijpende en langdurige herstructureringsproces van gentrification soepel te laten verlopen, zo stellen Lindemann en Schutten vast. Gelukkig heeft OpTrek zich onttrokken aan deze doorgaans vluchtige en oppervlakkige aanwezigheid van kunst. Juist door de gehele periode te wonen en werken in de wijk, wist OpTrek de tussentijd op een duurzame wijze te benutten. Alleen al de uiterlijke aanwezigheid van het projectbureau was opzienbarend te noemen: voor ieder slooppand dat de organisatie betrok, liet ze de gevel transformeren.

Zo ontwierp Tadashi Kawamata (Japan) van gerecyclede vloerplanken een organisch ogende gevelconstructie die van de buitenzijde doorliep naar de binnenzijde van het kantoor. Helaas moest de constructie al na een week uit veiligheidsoverwegingen verwijderd worden. De binnenzijde bleef gelukkig in tact tot het moment van sloop. Toch benadrukt dit voorbeeld nog teveel de uiterlijke aanwezigheid van het projectbureau. Kenmerkend in de activiteiten was vooral een programmering die geënt was op verschillende doelgroepen. Architecten en stedenbouwkundigen werden aangesproken, maar ook ontstonden er diverse projecten in samenwerking met bewoners. Zo werden culturele en maatschappelijke instellingen uitgenodigd hun expertise te delen met wijkbewoners in de debatreeks ‘De Stad ontmoet de Wijk.’

De wijk als hotel
Het meest besproken voorbeeld is Hotel Transvaal, dat opende in 2007, hetzelfde jaar waarin de veertig Vogelaarwijken voorpaginanieuws werden. Gedurende anderhalf jaar maakte het hotel gebruik van tijdelijke vrijgekomen ruimtes in de wijk. Verschillende kunstenaars waaronder Frank Halmans, Ingrid Mol en Kevin van Braak werden uitgenodigd een kamer in te richten. Doordat de kamers verspreid lagen door Transvaal en slechts als slaapplek dienden, werd de wijk één groot gastenverblijf. De hotelgasten waren voor hun ontbijt of diner aangewezen op de lokale ondernemers. Op een zeer laagdrempelige en doeltreffende wijze kwamen verschillende culturen met elkaar in contact en werd de tussentijd een aangename plek om te verblijven. Er ontstond een gastvrije omgeving in een wijk die doorgaans met een negatief stempel in het nieuws kwam. De beleidsplannen en bestuurlijke discussies over probleemwijken verbleekten naast deze interventie.

De interdisciplinaire aanpak waarin verschillende vakmensen bijeenkwamen uit de kunst, herstructurering, het hotelwezen en de wijk, vormden volgens Lindemann de basis voor het slagen van dit project. Het hotel bewees dat kunst wel degelijk een bepaalde economische potentie bezit. Het succes had echter ook een keerzijde. Doordat het gebied in transformatie verkeerde, bleek dit nadelig voor de duurzaamheid van het initiatief. Door een aantal directiewisselingen verviel het commitment bij de woningcorporatie Staedion, die het gebruik van de tijdelijke kamers mogelijk maakte.  Sloopplannen werden gewijzigd en er werden geen nieuwe ‘tussenruimtes’ meer beschikbaar gesteld. Ook bleek dat de corporatie en de gemeente meer interesse hadden in leuke publicitaire evenementen, dan het opwaarderen van de lege ruimten als impuls voor een buurt in transformatie. OpTrek wilde zich duurzaam verankeren in de buurt, terwijl de corporatie en gemeente meer kortstondige en ludieke  projecten voor ogen hadden.

Navolging
Toch heeft het initiatief inmiddels navolging gevonden buiten Den Haag.  Zo is er  in de Groningse Korrewegwijk een buurthotel opgezet onder de noemer ‘Stee in Stad’, geheel geïnspireerd op het concept van Hotel Transvaal. Zelfs de Nederlandse deelname aan RUHR2010 doet met het onderdeel ‘Gastgastgeber’ sterk denken aan Hotel Transvaal. Diverse designers en kunstenaars werden  hiervoor uitgenodigd om gastenkamers te ontwikkelen. Geheel in de stijl van het Haagse voorbeeld kunnen de gasten hun ontbijtje halen bij de lokale bakkers van Oberhausen of Dortmund.

Dat ook een onderzoekslab van het initiatief Nederland wordt anders gewijd is aan de tussentijd, laat zien dat het een onderwerp is dat serieus genomen wordt binnen de stedelijke planning. Het is de verdienste van de kunstenaars, architecten en andere betrokkenen van OpTrek dat er nu twee publicaties in de winkel liggen die de waarde van het hier en nu inzichtelijk maakt.

OpTrek in Transvaal. Over de rol van publieke kunst in de stedelijke ontwikkeling. Interventies en onderzoek  redactie Veronica Hekking, Sabrina Lindemann, Annechien Meier [redactie] 17 x 24 cm | paperback | 432 pagina’s | rijkelijk geïllustreerd | Nederlands- & Engelstalig | ISBN 978-94-90322-06-9 | Jap Sam Books |www.japsambooks.nl  |  Ontwerp Harmine Louwe

Stedelijke transformatie in de Tussentijd, Hotel Transvaal als  impuls voor de wijk  redactie Sabrina Lindemann, Iris Schutten (redactie)  17x 23 cm | paperback | 240 pagina’s | rijkelijk geïllustreerd | Nederlandse en Engelse versie | NL: ISBN 978 90 8506 7481 | ENG: ISBN 978 90 8506 8181 | Uitgeverij SUN/Trancity | www.uitgeverijsun.nl | Ontwerp Stout Kramer

——-

Foto boven: Hotel Transvaal (foto: Frank Halmans)

Den HaagRecensies

Floor Tinga Freelance cultuurjournalist en kunstcriticus

Over de auteur

Floor Tinga is freelance cultuurjournalist en kunstcriticus. Daarnaast is zij werkzaam als adviseur en projectleider voor kunstopdrachten in de openbare ruimte.



Ook interessant:

Gevangen in de digitale laag

Gerald Hopster

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting