Infrastructuur als publiek ruimte

17 juni 2010  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Infrastructuur in Vlaanderen: het blijft een actueel thema. Op een congres hierover in Gent kwam ik te laat, met dank aan een file op de Antwerpse ring. Op de radio hoorde ik dat er juist die dag politieke onenigheid was ontstaan over het tracé van de Lange Wapper -brug, die deze bottle neck moest gaan wegnemen. Maar goed, ik bereikte gezond en wel mijn bestemming, alwaar ik werd getrakteerd op een bloemlezing van Vlaamse infrastructurele projecten.

De Vlaams bouwmeester Marcel Smets begon met een introductie van inspirerende Vlaamse en niet-Vlaamse voorbeelden, waarin de verkeersruimte is verheven tot publieke ruimte.  Hij probeerde daar mee aan te tonen dat een grote kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte mogelijk is door in meerwaarde te investeren en zaken in een grotere context te zetten. Zoals bij de rondweg van Madrid, waarlangs een doorlopende groenzone is ontstaan. De redenering van Marcel Smets: een infrastructureel werk is zowel een publieke investering, als een publieke verschijningsvorm, als een publieke ruimte. Het niet tot stand brengen van kwaliteit is dus domweg geen optie. En deze redenering heeft hij de afgelopen jaren voortdurend herhaald in Vlaamse kringen van infrastructuur en ruimtelijke ordening. De eerste resultaten van het pleidooi van de Vlaams bouwmeester zijn nu zichtbaar. En ze zijn volgens Smets vooral het resultaat van een geïntegreerde aanpak, een proces, dat tot meer kwaliteit leidt, maar niet tot meer kosten.
Sint Truiden is een Vlaamse stad met een typische, 50 meter brede autoweg die door de stad loopt en het marktplein op enkele honderden meters afstand passeert. Deze ziet er uit als overal in het gewest, niets wijst erop dat men zich hier in de fruitstreek bevindt. Het ontwerpteam van “Omgeving” en de verkeerskundigen van “Mint” zagen hier mogelijkheden: door de benodigde capaciteit te herzien kon het veel te breed aangelegde wegvlak tot 10 meter breedte gereduceerd worden! Zo ontstond een zone van 40 meter voor flauwe bermen met bomen die de fruitstreek in herinnering brengen langs de weg, die verdiept werd ten gunste van gelijkvloerse kruisingen. Wellicht zal de karakterloze randbebouwing hier wijken voor iets nieuws met meer interactie met de omgeving, als gevolg van deze facelift. Het project met een totale lengte van 5 kilometer heeft een variatie in hoogte, wat de beleving van de automobilist zal verbijzonderen. Bovendien verplaatst het wegdek zich, als bij een Amerikaanse parkway, van links naar rechts. Het project zal in delen aangelegd worden. De opdrachtgevers zijn zeer tevreden over de transformatieplannen en buigen zich momenteel over hoe de aanleg naar voren kan worden geschoven.

artikel afbeelding
Sint Truiden

In Turnhout is een project in uitvoering dat voortkomt uit een internationale open oproep selectieprocedure van de Vlaamse bouwmeester. Hier is de verbinding tussen het stadscentrum en het stadspark verknipt door een rondweg, die al mensenlevens gekost heeft,. Deze verbinding wordt nu echter hersteld. Daarbij worden ook de uitbreiding van het plaatselijke ziekenhuis en een gepland industrieterrein beter ontsloten: meerdere ontwikkelingen komen bij elkaar. Spannend is dat de ontwerpers, een samenwerkingsverband van de Vlaamse architecten van Office Kersten Geers, David Van Severen, Technum en landschapsarchitect Bas Smets, nu eens niet de rondweg in een tunnel hebben gelegd. De weg gaat wel iets omlaag, maar het is het stedelijk plateau, een groene dijk daarboven, die de verbinding zal maken tussen beide zijden. Zo ontstaat als gevolg van een infrastructurele ingreep een nieuw landschappelijk element met recreatieve gebruikswaarde. Bovendien voedt dit andere ontwikkelingen in het park en geeft dit aanleiding tot een nieuwe randbebouwing die op de dijk georiënteerd wordt.

Dat hier samengewerkt wordt door ontwerpers uit verschillende disciplines, zoals architecten, verkeerskundigen en landschapsarchitecten, is niet verwonderlijk: de infrastructurele opgave in zijn context heeft vele aspecten. Die geïntegreerde aanpak, met ondersteuning van de locale politiek, is de sleutel tot kwaliteit. omdat Een opgave wordt uit zijn isolement getrokken en aan andere spelende ontwikkelingen verbonden.

“Continuïteit is een gegeven”, zegt Marcel Smets, “maar contextualiteit is toegevoegde waarde.” Dat bleek ook duidelijk bij het grootste gepresenteerde project, de verbreding van het Albertkanaal, waarvoor een groot aantal bruggen (24) over dat kanaal vernieuwd zullen worden. De opdrachtgever, nv De Scheepvaart, heeft onder begeleiding van de Vlaams bouwmeester bekeken welke bruggen met een generieke aanpak ontworpen kunnen worden, dus als variant op een serie, en welke bruggen een specifiek ontwerp nodig hebben. Die keuze is, in relatie met het geaccidenteerde dan wel vlakke landschap, voor verschillende delen van het verloop anders uitgevallen: het vlakke deel van het verloop leent zich tot herhaling, in het uitgegraven Kempisch plateau juist tot specifieke ingrepen.

artikel afbeelding

Albertkanaal

Vervolgens sprak Laurent Ney, ontwerper van verschillende spectaculaire bruggen, recent ook winnaar van de Stadsbrug Nijmegen, over enkele gerealiseerde werken. Niet over de lange Wapper brug overigens, waar hij mede- ontwerper van is. Een inspirerend voorbeeld van Ney is de brug in Vroenhoven. Deze brug is in de plaats gekomen van een stenen brug die beschermd monument was, maar die desondanks moest wijken voor het verbrede Albertkanaal. De vrijheid van de brugontwerper ligt volgens Ney “upstream”: bij de definitie van de beperkingen van de opgave, en keuze van de hoofdopzet daarbinnen. Veel vormaspecten volgen vervolgens uit de berekeningen. Ney noemt het “scenografie van de kracht”, en slaagt daar met deze bescheiden houding zeer goed in.

De middag werd afgesloten met een paneldiscussie tussen opdrachtgevers en ontwerpers. Volgens de Nederlandse gast, Annemieke Tromp, programmamanager voor Gebiedsgericht Werken bij Rijkswaterstaat, is het voornaamste verschil tussen Vlaanderen en Nederland het landschap, “Waar hoogteverschillen of andere geografische gegevens in Vlaanderen aanleiding kunnen geven tot een oplossing, werken die in Nederland meestal tegen. Bruggen hebben meestal het vlakke landschap als ongunstig uitgangspunt, en tunnels komen vaak een ondergrondse waterloop tegen”, aldus Tromp. Het meenemen van gebiedsontwikkeling in infra -projecten ziet ze echter als een enorme kans om de omgeving mee te laten profiteren van veranderingen.

De middag in de Gentse Handelsbeurs werd afgesloten met de aanbieding van het boek “The landscape of contemporary infrastructure” van Kelly Shannon en Marcel Smets. Het boek behandelt interessante gerealiseerde voorbeelden van over de hele wereld, fly-overs, stations, bruggen en transferia. De projecten worden belicht vanuit vier verschillende gezichtspunten, verdeeld in hoofdstukken: de impact op het landschap, de fysieke aanwezigheid, de waarneming van het landschap vanuit de beweging, en de infrastructurele ruimte gezien als openbare ruimte

Eerder dit jaar vond in Gent het congres “Infrastructuur in context” plaats. Initiatiefnemer en organisator was het team van de Vlaams bouwmeester, Marcel Smets. In 2005 werd hij de tweede om deze positie, vergelijkbaar met die van de Nederlandse rijksbouwmeester, te bekleden. Een speerpunt is infrastructuur, en in het bijzonder het stimuleren van goed publiek opdrachtgeverschap door beheerders van weg, spoor en waterwegen. Dit congres, met ontwerpers en opdrachtgevers als sprekers, was bedoeld om de stand van zaken tegen het einde van Smets ambtstermijn te bezien en interessante projecten te tonen, prikkelend voor de aanpak van toekomstige infrastructuurprojecten in Vlaanderen.

——-

Foto boven:Vroenhoven

InfrastructuurMadridMobiliteitVlaanderen



Ook interessant:

Een ruimte van verschil

Hans Teerds

Het platteland verandert sneller dan de stad

Anne Seghers

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand