Duurzaam bouwen nog steeds niet sexy

02 november 2009  /  Wiebe de Ridder

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Directeur Geert Verlind van Cagerito BV, een onderneming die duurzaamheidprocessen in bedrijven introduceert en begeleidt, lanceerde recent de stelling dat duurzaam bouwen in Nederland nog niet ‘sexy’ wordt gevonden. RUIMTEVOLK bezocht onlangs een tweedaags congres waar dit onderwerp bij de horens werd gevat, en hij lijkt het bij het rechte eind te hebben. Teleurstellend, omdat ook duurzaam bouwen een waardevolle bijdrage kan leveren aan de aanpak van het klimaatprobleem.

Het congres MorgenTomorrow | Dag van de Ruimte is mede ter ere van het Wibautjaar georganiseerd en heeft de titel: ‘Steden kunnen de wereld redden’. Floor Wibaut heeft tussen 1907 en 1931 als gemeenteraadslid en wethouder in Amsterdam veel betekend voor de ontwikkeling van de volkshuisvesting en stedenbouw in Amsterdam.

Tijdens het congres, dat op 1 en 2 oktober in Amsterdam werd gehouden en veel Nederlandse planologen en stedenbouwkundigen bijeenbracht, kwam aan het licht dat de positie van de stedenbouw in Nederland in de afgelopen 85 jaar is sterk verzwakt. Dat is wel anders dan in de tijd van Wibaut. De urgentie om problemen, zoals ook het klimaatprobleem, met behulp van ruimtelijke ordening aan te pakken is weg. Zoals in het artikel van Jeroen Niemans te lezen, is het vertrouwen in het ministerie van VROM als regisseur van een gemeenschappelijke aanpak aan het afnemen. Maar er is hoop. Een gemeenschappelijke vijand, zoals het klimaatprobleem, brengt mensen bij elkaar en kan het onmogelijke mogelijk maken. Tijdens het congres werd in ieder geval duidelijk dat veel stedenbouwkundigen de noodzaak tot verandering wel zien, maar het moeilijk vinden dit over te brengen op anderen.

artikel afbeelding Impressie Morgen Tomorrow | Dag van de Ruimte (foto: Wiebe de Ridder)

Ken Livingstone (oud-burgemeester van London) had tijdens het congres een duidelijke boodschap. Het is maar beperkt mogelijk om de opwarming van de aarde tegen te gaan, maar het kan wel.  Alle technologie is aanwezig om in twintig jaar tijd een reductie van 60% CO2 uitstoot te realiseren. De politiek is volgens hem echter bang om de problemen hardop uit te spreken en er echt mee aan de slag te gaan. De kwaliteit van leven hoeft niet te veranderen, maar de wijze van productie en distributie wel. Er moet nu worden ingezien dat het beter is om tempratuurstijgingen te voorkomen. Bij een stijging van vier graden in de komende decennia moet de complete stad opnieuw ingericht gaan worden. Op dit moment proberen we in onze gebouwen zoveel mogelijk de kou buiten te houden. Bij een temperatuursstijging van vier graden wordt het juist de uitdaging om de warmte buiten te houden. Een temperatuurstijging zal samen gaan met een stijging van de zeespiegel waardoor er ook meer rekening met overstromingen en andere vormen van wateroverlast rekening moet worden gehouden.

Ladonna Redmond (directeur ICRD, Institute for Community Resource Development) meent dat de stad zich moet ontwikkelen tot een duurzame en groene plek waarin ook voedselproductie een prominente plek heeft. Deze stedelijke voedselproductie kan plaatsvinden op plekken zoals volkstuinen aan de rand van de stad, maar ook lege plekken in de openbare ruimte kunnen hier een bijdrage aan leveren. Door mensen voor een deel hun eigen voedsel te laten produceren, moet het niet van de andere kant van de wereld gehaald worden. Naast de stad als voedselproducent is het verstandig om ook de regionale productie van voedsel meer te stimuleren omdat daarmee ook voorkomen wordt dat voedsel enorme afstanden moet afleggen om bij de consument te komen. Bewuste productie en consumptie is niet alleen goed voor de gezondheid, maar ook voor het klimaat.

Het klimaatprobleem is dus een gezamenlijke vijand. In de aanpak kunnen de stedenbouw en planologie, door onder meer een gedeeltelijke herinrichting van het stedelijk gebied en duurzaam bouwen, een belangrijke bijdrage leveren aan de aanpak van het probleem. De uitdaging is om er draagvlak voor te vinden in de samenleving. In dat opzicht is ook stedenbouw een discipline die te maken heeft met de medialisering van de samenleving. In het betoog van Maarten Hajer (directeur Planbureau van de Leefomgeving) benadrukte hij dat het in onze samenleving niet alleen meer gaat om wat je daadwerkelijk doet, maar vooral ook om wat voor verhalen er in de media komen. Dit vraagt om een andere manier van werken. De stedeling van deze tijd vindt het niet vanzelfsprekend dat hij meewerkt aan de planning van zijn stad. Het geloof in stedelijke planning bij de bewoners van de stad is weg, beweert Hajer. Dit moet veranderen om stedenbouw op de agenda te krijgen.

Wanneer je de volgende uitspraak van Zef Hemel (adjunct-directeur van de dienst stedenbouw in Amsterdam) letterlijk neemt: stedelijke planning = 80% communicatie + 20% verbeelding, dan is de medialisering van de stedenbouw dichtbij. Het betoog van Hemel ging er vooral over hoe de stedenbouw bedreven moet worden. In zijn betoog benadrukt hij dat communicatie en verbeelding de sleutel tot succes zijn. Dus geen uitgebreide plannen en kaarten met toekomstbeelden, maar de uitwisseling van ideeën moet centraal staan. Als belangrijkste communicatiemiddel introduceert hij de poldertafel. Een ronde tafel waar naar goed Nederlands gebruik gepolderd kan worden. Tijdens het polderen moet iedereen zich dan wel houden aan de ‘Amsterdam Principels’:

– Begin klein (niet teveel mensen)

– Sluit geen mensen en partijen uit

– Laat je wapens thuis (geldzaken, regels, beleidsnotities ec.)

– Focus op de inhoud

– Deel je verhalen

– Geen powerpoints!

– Bedwing je passies

– Wees nieuwsgierig

– Wees betrokken

Hemel benadrukt hiermee het belang van een goede dialoog tijdens het proces van stedelijke ontwikkeling. Stedelijke ontwikkeling is steeds meer een vraagstuk dat onder een brede groep mensen in de samenleving wordt opgepakt. Dit proces vraagt om extra aandacht voor communicatie. We spreken niet altijd dezelfde taal, en niet iedereen kan een stedenbouwkundige schets lezen. Hier kunnen we met behulp van bijvoorbeeld cartoons, stripverhalen en infographics iets aan doen. De democratisering van de fysieke stedelijke planning betekent dat er steeds meer moet gebeuren op het gebied van participatie.

Een feit blijft dat stedenbouw een vak is, communicatie is dat ook. Door samen te werken kan het probleem echt op de agenda gezet worden en kunnen we in de traditie van Wibaut aan een integrale oplossing werken.

Mobiliteit

Wiebe de Ridder Marktonderzoeker

Over de auteur

Wiebe de Ridder is strategisch marketingadviseur bij SBRCURNET, een onafhankelijk en toonaangevend kennisnetwerk voor de bouwsector.  Wiebe was van 2009 tot en met 2011 hoofdredacteur van RUIMTEVOLK.



Ook interessant:

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten