Van rooilijn naar stedelijkheid

23 september 2009  /  Sjors de Vries

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De rol van de steden in de internationale economie en politiek wordt steeds groter en zal die van de nationale staten naar verwachting op den duur op vele fronten overtreffen. Het belang van vitale steden voert derhalve verder dan de stadsgrenzen en kan daarom niet worden onderschat. Bij ruimtelijke (gebieds-)ontwikkelingen ontbreekt het echter aan een integrale visie op het functioneren van de (Rand)stad. De voordelen van wonen, werken en leven in hoge dichtheden zijn pragmatisch vertaald in stijve masterplannen en er is onvoldoende oog voor functiemenging en stedelijke dynamiek.

Betekenis

Het zijn inmiddels bekende cijfers. Het aandeel mensen dat in de stad woont is in relatief korte tijd toegenomen van slechts 3% in 1800 naar 50% op dit moment. Binnen twintig jaar wonen wereldwijd maar liefst 2 op de 3 mensen in de stad.

Onze toekomst ligt in de stad. New York Times columnist Thomas Friedman schrijft in zijn befaamde boek ‘The World is flat‘ (2005) dat het – door de technologische ontwikkelingen en globalisering – uiteindelijk niet zoveel uitmaakt in welke stad je stad woont en werkt. Maar niets is minder waar. Juist door de globalisering, de vervaging van grenzen en de toegenomen mobiliteit neemt de betekenis van plaatsen toe. Want naast dat de productie en dienstensector zich weliswaar over de gehele wereld verspreidt, zijn het juist de hogere economische activiteiten zoals innovatie, ontwerp, financiele wereld, media, kunst etc. die zich clusteren in een relatief klein aantal steden op deze wereld (New York, Londen, Los Angeles, Frankfurt, Shanghai). Michael Porter, hoogleraar aan Havard, spreekt dan ook terecht van de ‘location paradox‘: “The more things are mobile, the more decisive location becomes”.

En dus is het voor steden van groot belang een eigen, unieke plek te creeren in onze open en dynamische wereld, waarbinnen mensen en bedrijven steeds meer (keuze)vrijheid hebben. Stedelijke regio’s concurreren dan ook in toenemende mate. De meest leefbare en innovatieve steden zullen uiteindelijk aan het langste eind trekken. Dat zijn de steden met visie die de potentie van clustering van mensen en organisaties optimaal benutten en die in staat zijn mee te bewegen met enerzijds de stedelijke dynamiek en anderzijds mondiale ontwikkelingen.

artikel afbeelding Westerdokseiland Amsterdam, een vrijdagmiddag in juni (Foto: Sjors de Vries)

Residueel eindbeeld

In het ruimtelijke beleid en bij binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen lijken we ons echter onvoldoende bewust van de opgave die deze dynamische werkelijkheid met zich meebrengt. De overheid en planningswereld ontberen een integrale visie op de ontwikkeling van de (Rand)stad en verzuimen holle kreten als ‘krachtige steden’, ‘stedelijke netwerken’ en ‘economische kerngebieden’ kracht bij te zetten. Beleid legitimeert men met de goedbedoelde polderconsesus (‘decentraal wat kan, centraal wat moet’) maar zonder een heldere analyse van de stedelijke dynamiek. De Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040 gaan over mainports, bedrijventerreinen, snelwegpanorama’s, metropolitane parken en achterlandverbindingen, maar niet over hoe we het leven in de steden aantrekkelijk en concurrerend willen houden. Een en ander heeft er zelfs toe geleid dat in ons ruimtelijk beleid hoogbouw een doel op zich geworden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat gebiedsontwikkelingen eerder het residueel zijn van complexe spreadsheets en ijdele ontwerpers dan een impuls voor of facilitator van het stedelijk leven. Neem bijvoorbeeld de nieuwe Zuidas en de IJ-oevers in Amsterdam of de Wilhelminapier/Kop van Zuid in Rotterdam. Veel gevelarchitectuur, rooilijn, beton, staal, glas en steen, maar weinig interactie, sociale diversiteit en stadse romantiek. De stedelijkheid is er ver te zoeken. Je kunt er overdag een kanonskogel afschieten en er niemand mee raken.

artikel afbeelding Wilheminapier Rotterdam, een dinsdagochtend in april (Foto: Sjors de Vries)

Al meer dan 5000 jaar is de stad de plaats voor maatschappelijke, politieke en materiele vooruitgang. En het is diezelfde stad waar de toekomst van de mensheid verder wordt vormgegeven. We zouden ons zelf verschrikkelijk tekort doen wanneer we niet goed voor deze stad zorgen. Een integrale analyse en visie op het functioneren van onze (Rand)stad is hard nodig. Om te beginnen zal daarvoor het debat over de toekomst van de stad – die momenteel bijvoorbeeld in Amsterdam en hier op RUIMTEVOLK gelukkig weer lijkt op te bloeien – vaker en in de volle breedte moeten worden gevoerd.

Op donderdag 1 en vrijdag 2 oktober organiseert het Nirov in samenwerking met de gemeente Amsterdam en het ministerie van VROM de Dag van de Ruimte over de toekomst van de stad onder de titel ‘Morgen/tomorrow’.

Eeuw van de Stad is een crossmediaal project van de VPRO op radio, televisie, internet en in de gids in samenwerking met de 4e Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR). Zie ook: eeuwvandestad.nl.

Structuurvisie Amsterdam

De betekenis van Jane Jacobs voor een levende stad. 7x College over de kernbegrippen in het werk van de beroemde Amerikaans/Canadese stadsfilosoof en –socioloog Jane Jacobs: diversiteit, functiemenging, ogen op straat, de economie als basis.

Foto boven: Westerdokseiland (foto: Sjors de Vries)

StedelijkheidStedenbouw

Sjors de Vries Directeur RUIMTEVOLK

Over de auteur

Sjors is directeur van RUIMTEVOLK en van huis uit planoloog en sociaal geograaf.



Ook interessant:

'NL Magazine gaat voor de sprong voorwaarts'

Redactie NL Magazine

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

De verborgen verhalen van Rotterdam

Teun van den Ende