Voorheen 'De Periferie'

12 september 2009  /  Marco Redeman

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Er gebeuren in de voormalige periferie van ons land een heleboel spannende dingen. Er broeit wat in het zuiden van ons land, het noorden zit niet stil en ook het oosten zet zichzelf nadrukkelijk op de kaart. Zo langzamerhand zou juist de Randstad zich zorgen moeten gaan maken, want de zogehete ‘periferie’ focust zich niet langer op de grote broer die de aandacht van politiek Den Haag altijd wel weet te trekken.  
 
De regio’s buiten de Randstad oriënteren zich meer en meer op regio’s over de grens. Groningen kreeg geen Zuiderzeelijn, maar zuchtte eens diep en zag kansen richting Hamburg en Bremen. Een rondgang door ‘de rest van Nederland’ leert dat meer regio’s de Randstad de rug toekeren, omdat er welwillende economische partners over de grens te vinden zijn. Twente kijkt naar het Ruhrgebied, Zeeland naar de ‘Vlaamse Ruit’.  
 
De Randstad is een ijzersterke metafoor gebleken, maar hoe houdbaar is haar positie eigenlijk? De gedachte van de Randstad als motor van Nederland, als het grootstedelijke gebied tegenover de rest van het land – de tuin van deze metropool – is niet langer overeind te houden.
 
Althans, dat lijkt de rest van Nederland zich meer en meer te realiseren. Desondanks blijft "Nederland vooralsnog het meest centralistische land in Europa" op het gebied van de ruimtelijke ordening volgens Peter Bertholet, de directeur van Parkstad Limburg. Vanuit Heerlen wijst hij erop dat er “Randstad-autisme" heerst. Terwijl IKEA Heerlen volgens Bertholet na de Efteling de grootste economische trekker van Nederland is, richt het nationale beleid zich nog steeds op vier grote steden in het westen.
 
 
artikel afbeelding
 
"Alles wijst op Zuid-Limburg", een gezamenlijke campagne van 19 Limburgse gemeenten
 
Ook Hans Peter Benschop, manager van het Trendbureau Overijssel, ziet spanning tussen het beleid vanuit Den Haag en de werkelijkheid in de gebieden die we nog steeds aanduiden als de periferie. Benschop snapt hoe een programma als Pieken in de Delta, de gebiedsgerichte economische agenda van het ministerie van EZ, is ontstaan. Het is een logische keuze om te investeren in kansrijke ideeën. Hij zet echter vraagtekens bij de ruimtelijk vertaling hiervan. De stap van investeren in innovatie naar investeren in geconcentreerde ruimtelijke projecten, voornamelijk in de Randstad, is volgens Benschop een vertaling die je niet zomaar kan maken. Het RPB zegt immers zelf dat innovatie niet ruimtelijk is geclusterd. "Waarom dan toch kiezen voor een ruimtelijke aanpak zoals bij Pieken in de Delta?" vraagt hij zich af. 
 
Ondanks het groeiende zelfbewustzijn ligt er een soort ‘Calimero-gevoel’ op de loer. "De Randstad is groot, en wij zijn klein, en dat is niet eerlijk." Die gedachte is niet altijd reëel, en bovendien positioneer je jezelf daarmee in een achterstandspositie: "Een achterstandspositie is interessant om meer geld binnen te halen, maar is een dergelijke houding goed voor je zelfvertrouwen en de dynamiek in je regio?"
Samenwerking 
Arjan Kaashoek van De Wijde Blik stelde op de door RUIMTEVOLK georganiseerde inspiratiedag dat de sleutel tot succes ligt in het zoeken naar samenwerking. Op dat gebied kunnen de regio’s de Randstad aftroeven. Want samenwerking is binnen de Randstad ver te zoeken. “Het Rondje Randstad is net zo realistisch als een magneetzweefbaan van Amsterdam naar Groningen" aldus Kaashoek.
 
Een ander voorbeeld van de verdeeldheid binnen de Randstad blijkt volgens hem uit een onderzoek van een medewerker van De Wijde Blik:  "De G4 proberen elkaar op het gebied van city marketing af te troeven door allemaal in dezelfde vijver te vissen: ze vinden allemaal dat ze meest culturele stad zijn, de beste studentenstad, de meest aansprekende winkelstad en ga zo maar door. Niks onderlinge verdeling wie zich waar op profileert, niks samenhang!"
 
 
artikel afbeelding Arjan Kaashoek tijdens de RUIMTEVOLK inspiratiedag
 
Als die Randstad dus niet zo’n eenheid is, dan liggen er blijkbaar kansen voor de rest van Nederland. Maar dan moet de regio’s er wel samen de schouders onder zetten. Het noorden is al jaren actief op dit gebied. Ook in het oosten is men begonnen om zich te organiseren om tegenwicht te kunnen bieden. Recent verscheen de gezamenlijke visie van de provincies Gelderland en Overijssel op Oost Nederland: ‘Oost Nederland maakt het’. Volgens Benschop een stap die in financieel en bestuurlijk opzicht interessant is, want "samen investeren is meer investeren."
 
Maar misschien komt het beste voorbeeld uit Zuid Limburg. Daar houden ze niet op bij de landsgrenzen. Bertholet vertelt dat op 10 kilometer van Parkstad Limburg zich de grootste technische universiteit van West Europa bevindt. De Technische ‘Hochschule Achen’ levert per jaar meer ingenieurs af dan Delft, Eindhoven en Twente samen. De komende jaren wil de TH Achen 3 campussen bouwen tussen de universiteit en Kerkrade.
 
Aken zoekt ruimte voor circa tienduizend nieuwe woningen. Parkstad Limburg staat voor een sloopopgave van ongeveer tienduizend woningen. Klinkt als een kans. Voor Parkstad Limburg liggen de logische lijnen dan ook niet richting Randstad, maar richting het oosten. Een goede openbaar vervoerverbinding is in feite al genoeg om de regio aan te laten haken bij een enorme groeimarkt met studenten en professoren.  De bal ligt vervolgens weer in Den Haag: zien we dit als economische ‘Piek’ in de Delta? 
 
Verschillen en kansen
Natuurlijk is er een verschil tussen de Randstad en de rest van Nederland. Eén aspect is de eerder intredende krimp. Gekoppeld aan de vergrijzing stelt dit de regio’s voor grote uitdagingen. Krimp staat inmiddels op de politieke agenda, maar dat minister Van der Laan het op zijn netvlies heeft staan leidt nog niet tot extra investeringen vanuit het Rijk.
 
In oktober 2009 komt het kabinet met een actieplan voor de krimp in de regio, maar dit is wellicht een papieren tijger omdat weinig tot geen extra geld beschikbaar voor de uitvoering van het actieplan. Het devies moet daarom zijn: niet afwachten op hulp uit Den Haag, maar zelf op zoek naar strategieën om uit te blinken.
 
artikel afbeelding
 
 
In het boek ‘Slimme Steden’ onder redactie van Edo Dijksterhuis wordt een reeks voorbeelden van Europese steden gegeven die ‘slim’ zijn geworden door gebruik te maken van elementen die al in hun stad aanwezig zijn.Een slimme stad gelooft niet in een maakbare ‘nieuwe’ identiteit, maar speelt in op elementen die de stad al in huis heeft. Zo benut Wenen haar sleutelpositie tussen Oost- en West-Europa als pullfactor voor creatieve jongeren uit heel Europa. Glas
gow, van oudsher centrum van de Schotse krantenindustrie, bouwde hier op voort en is nu een mediabolwerk. En Budapest heeft slim gebruik gemaakt van zijn status als historisch centrum van wiskunde-onderwijs en is nu thuisbasis van ettelijke computerbedrijven. Het lukt deze slimme steden om op sterke thema’s hun samenleving, economische clusters, coalities en ketens te organiseren. Het succes lijkt gebaseerd op hun unieke positie en situatie, en door steeds in te zetten op ontmoetingen tussen talent en technologie.
 
Verhalen waar Nederlandse regio’s een voorbeeld aan kunnen nemen. Matt Dings schrijft in HP/De Tijd van 26 augustus 2009 in zijn artikel ‘Venlo, stad in de puberteit’ dat het als logistiek knooppunt volop profiteert van haar gunstige ligging ten opzichte van het Duitse achterland. Hai Berden, voorzitter van voetbalclub VVV en directievoorzitter van Seacon Logistics zegt daarover in datzelfde artikel; "Steden als Amsterdam en Alkmaar zijn voor ons periferie geworden, afgeknepen van het grote Europa."
 
De ingrediënten zijn dus voorhanden, de vraag is alleen nog maar wat je er mee doet. Nu moet blijken hoe slim de ‘voormalige’ periferie omgaat met deze situatie. Het kan alleen maar in het belang van heel Nederland zijn als de regio’s ervoor gaan. En niet doorvertellen aan de Randstad…
 
Dit artikel is in samenwerking geschreven met Jeroen Niemans (RUIMTEVOLK)
 
Voorbeelden van kansen voor de regio’s zijn te vinden in het pamflet dat naar aanleiding van de inspiratiedag is opgesteld. Dit pamflet is hier te downloaden
 
Foto boven: Coen de Rijk
MobiliteitPlattelandWoningmarkt

Marco Redeman Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

Over de auteur

Marco Redeman is bestuurslid van Inspiring Cities en adviseur stedelijke ontwikkeling.



Ook interessant:

De ambitieuze wijk van morgen

Chris ten Dam, Gerjan Streng, Maarten Hajer, Peter Pelzer en Thijs van Spaandonk

Een grootse traditie van maatwerk

Kris Oosting

Column: Tegenstellingen - de blinde vlek van het ruimtelijk beleid

Hans Peter Benschop