Stedenbouwkundigen moeten meer aandacht besteden aan irrationele verlangens

20 augustus 2009  /  Judith Lekkerkerker

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

In juni 2009 bracht Arnon Grunberg tien dagen door in Leidsche Rijn. Hij was te gast bij negen verschillende gezinnen, met en zonder kinderen, jong en oud en van verschillende afkomst. Na Afganistan en Irak ging Grunberg, die zichzelf typeert als geëmigreerde Nederlander, op zoek naar ‘Crisisgebied Nederland’. Hij zocht de woede die zich volgens berichten uit de media over grote delen van de bevolking zou hebben meester gemaakt. Als ‘embedded’ journalist deed hij verslag van zijn belevingen die als serie zijn gepubliceerd in NRC Handelsblad.

RUIMTEVOLK was benieuwd naar zijn visie op de Vinexwijk. Aan de hand van een e-mail uitwisseling voelden we hem aan de tand.


In het eerste deel van de serie ‘Met Grunberg in de vinexwijk’ zegt u dat geen beter symbool voor het nieuwe Nederland bestaat dan de vinexwijk. Waarschijnlijk zijn vele planologen, stedenbouwkundigen en architecten het hier mee eens. Zij zullen het dan waarschijnlijk hebben over de vinexwijk als plek waar de moderne Nederlandse samenleving is vertaald naar de gebouwde omgeving.

Bent u na een verblijf van 10 dagen in Leidsche Rijn nog steeds van mening dat de vinexwijk symbool staat voor het nieuwe Nederland? En hoe ziet dat nieuwe Nederland er dan uit?

“Het is altijd lastig om verregaande conclusies te trekken gebaseerd op ‘anecdotal evidence’. Het beeld van Nederland dat uit de media oprijst is een volstrekt ander beeld dan het Nederland dat ik in 1995 verlaten heb. Verlaten klinkt wat zwaar, ik ben natuurlijk regelmatig terug geweest, maar toch. Volgens mij zegt Leidsche Rijn in zijn opzet, in diversiteit, in zijn architectuur wel degelijk iets over Nederland, al is dat misschien wat minder nieuw dan sommige mensen denken.

“Leidsche Rijn is tamelijk perfect. Je kunt kankeren op de architectuur, wat overigens opmerkelijk weinig gebeurde, of erop wijzen dat bepaalde projecten (gescheiden watersystemen voor drinkwater en water voor zeg de afwasmachine) mislukt zijn. Toch denk ik dat mensen met kinderen die uit de binnenstad van Utrecht naar Leidsche Rijn zijn getrokken gekregen hebben wat ze zochten.  Ze hebben de grotere woning met tuin. Hooguit kun je zeggen: het is té perfect, het is té af.

“De vinexwijk verschilt natuurlijk helemaal niet zo verschrikkelijk veel van andere wijken. Goed, er zit geen café op de hoek van de straat. Hooguit kun je zeggen – maar dat is juist een van de kenmerken van suburbia – dat spanning ontbreekt.”

artikel afbeelding

Gastgezin Leidsche Rijn , foto Arnon Grunberg

Vinex-bewoners worden vaak over één kam geschoren:  het zijn saaie, brave burgers. U bent in Leidsche Rijn te gast geweest bij negen verschillende gezinnen. Hebt u tijdens uw verblijf iets als dé vinex-bewoner gezien? En was die saai en braaf?

“Ik zou zeggen dat de vinex-bewoners veelal gezinnen met kinderen zijn die behoefte hadden aan een tuin en iets meer groen dan in menig binnenstad te vinden is. Maar ook zijn er genoeg uitzonderingen. Ik betwijfel of de vinex-bewoner saaier is dan de bewoner van andere wijken.

“Veiligheid en saaiheid zijn soms moeilijk van elkaar te onderscheiden. En een gezin met twee jonge kinderen heeft vermoedelijk vóór alles behoefte aan veiligheid. Met andere woorden, ik geloof dat die saaiheid op een vooroordeel berust. Je kunt de gehele middenklasse wel van een zekere saaiheid beschuldigen. En braaf, ach ja, wellicht, maar verreweg de meeste mensen zijn braaf. Bovendien ben ik natuurlijk ook niet alles te weten gekomen. Je kunt moeilijk een gezin binnenkomen en vragen: ‘Hoe vaak per jaar pleegt u overspel?’ Niet?

“Ik geloof dat als je goed kijkt je verschillen en opmerkelijke zaken ziet die het schijnbaar saaie en brave overstijgen. Natuurlijk is de vinexwijk geen Bagdad, wat saaiheid betreft. Maar ik vermoed dat veel bewoners van de vinexwijk dat als een zegen beschouwen. Overigens geldt dit natuurlijk voor heel Nederland.”

Aan het begin van de serie in NRC Handelsblad gaf u aan als embedded journalist in de vinexwijk op zoek te zijn naar ‘Crisisgebied Nederland’. U besluit de serie met de conclusie dat uw tien dagen in Leidsche Rijn een cursus onderduiken zijn geweest. Ik maak hier allereerst uit op dat u het crisisgebied Nederland niet in de vinexwijk terug heeft gevonden. Maar wilt u daarnaast met deze conclusie zeggen dat het leven in deze wijk iets heeft van een vlucht uit de realiteit?

“Nee. Het zou hoogmoedig en onterecht zijn te menen dat het leven in de vredige vinexwijk een vlucht is uit de realiteit. Overigens is de grachtengordel ook een heel vredige wijk. Ik bedoelde te zeggen dat het logeren bij negen onbekende families in tien dagen wel iets heeft van onderduiken, in de zin van een vluchteling die op de vlucht voor politie of leger bij gastgezinnen onderduikt; een oordeel over de vinexwijk was daaraan niet verbonden.”

artikel afbeelding

Gastgezin Leidsche Rijn

Recent is er een heuze vinex-atlas verschenen. Duidelijk is dat in alle plannen voor vinexwijken het maken van een prettige leefomgeving centraal staat. In de jaren na de oorlog zijn er meerdere pogingen geweest om de ideale leefomgeving te creëren; met nieuwbouwwijken zoals de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam en de bloemkoolwijken. Van alle naoorlogse pogingen menen de auteurs van de atlas dat de vinexwijken de beste nieuwbouwwijken zijn. Maar we weten hoe het de eerdere pogingen is vergaan. De Westelijke Tuinsteden staan nu vaak synoniem voor de ‘Marokkanen-problematiek’ en worden grootschalig getransformeerd. Bloemkoolwijken waren in het begin wel bijna net zo succesvol als de vinexwijken maar werden al snel door de tijd ingehaald. Ook deze zijn al aan herstructurering toe. Als we eens proberen in de toekomst te kijken. Hoe zou Leidsche Rijn er volgens u over dertig jaar uit zien?

“Een buurt kan vervallen doordat de samenstelling van de buurt drastisch verandert, dat is niet altijd de architecten of stedenbouwkundigen aan te rekenen. Niet altijd, soms wel natuurlijk.

“Als gezinnen met kinderen uit de steden besluiten naar Leidsche Rijn te blijven verhuizen, als de middenklasse, voor wie die wijk gebouwd is, daar zal blijven willen wonen, omdat het betaalbaar is en groen en veilig, dan is de kans groot dat er in Leidsche Rijn weinig veranderd is over dertig jaar.

“Maar ja, Leidsche Rijn is geen eiland. Geopolitieke veranderingen kunnen ook de vinexwijk beïnvloeden.”

Zet u uw zoektocht naar crisisgebied Nederland voort? Zo ja, wat is het volgende onderzoeksgebied? De Westelijke Tuinsteden? De villabuurt in Blaricum?

“De villabuurt in Blaricum zou heel interessant kunnen zijn. Maar ik vermoed dat het crisisgebied Nederland als crisisgebied wel meevalt. Het idee dat de pleuris elk moment kan uitbreken, het idee zoals ik schreef dat je soms krijgt als je kranten en tijdschriften leest, klopt niet met de realiteit zeg ik na mijn verblijf in de vinexwijk. Misschien is het gewoon te lang vrede in Nederland en kunnen sommige mensen die stabiliteit niet meer waarderen.

“Aan de andere kant moet je destructieve verlangens van mensen niet onderschatten, verlangens die niet altijd met economische achterstand te maken hebben. De perfecte wijk of de perfecte samenleving is een onleefbare wijk en samenleving. Stedenbouwkundigen zouden misschien meer aandacht moeten besteden aan die irrationele verlangens of beter gezegd het verlangen van (sommige) mensen naar spanning en bedreiging.”

De columns van Arnon Grunberg, zoals ze verschenen in NRC Handelsblad:

  1. Op zoek naar de crisis in de vinex
  2. ‘Mijn broer vond deze vrouw op internet’
  3. Vader pikte in Nederland de kinderbijslag in
  4. De vakkenvuller heeft mooie, felle ogen
  5. Halal, maar wel een frikadel uit de muur
  6. Let maar niet op de gaten in de bank
  7. ‘Mijn liefste van K3 is weg’
  8. ‘Als je er iets van zegt discrimineer je’
  9. Ik leef op het geluk van anderen
  10. Moeders in uitdagende kleding
  11. ‘Waar zijn onze rechten?’
  12. Niet elk meisje is een chickie
  13. Tessa (12) zingt een lied, haar vader kijkt vertederd toe
  14. De hovenier is blijven hangen aan Diana
  15. Vozen bij Bob Dylan
  16. Onderduiken voor beginners
Arnon GrunbergutrechtVinex

Judith Lekkerkerker

Over de auteur

Judith is adviseur, onderzoeker en schrijver op het gebied van stedelijke en regionale ontwikkeling.



Ook interessant:

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura

Een grootse traditie van maatwerk

Kris Oosting

Het platteland verandert sneller dan de stad

Anne Seghers