Straight for the bull

04 mei 2009  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Met je verhaal bij Nova mogen aanschuiven, hoe werkt dat? Friso de Zeeuw legt uit en praat met RUIMTEVOLK over specialisatie- fundamentalisme, bureaucratie en politiek met een kleine p: “Het is korte baan schaatsen.”

Door Anouk Eigenraam en Bart Cosijn

Het is de dag van het ongeluk bij Schiphol. In de hal van het Bouwfondsgebouw hangt een groot scherm aan de wand waarop een verslaggever bij Schiphol verslag uitbrengt. De Zeeuw, nog niet op de hoogte van het nieuws, reageert laconiek als we zijn werkkamer betreden: “Nou, tjonge dat is wat hoor. Dit gaat natuurlijk weer weken het nieuws in Nederland beheersen…” Zijn uitspraak is typerend: De Zeeuw raakt niet zo snel ergens van ondersteboven. De directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling en deeltijdhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU in Delft loopt dan ook al een tijdje mee in de wondere wereld van de ruimtelijke ordening. Zijn vakkennis geldt alom als onbetwist. Het maakt hem tot een graag geziene gesprekspartner bij zowel overheden als bedrijfsleven en de media.

Ook die week is hij niet uit de media weg te slaan. In een paginagroot opinieartikel in NRC Handelsblad dat weekend pleit hij voor vereenvoudiging van allerlei milieuregels die de voortgang van bouwprojecten belemmeren. Zijn pleidooi wordt onmiddellijk opgepikt door de politiek: er worden Kamervragen over gesteld, ‘s maandags is hij te horen bij BNR Nieuwsradio, er staat een artikel van zijn hand in het Financieele Dagblad, en de avond tevoren zit hij bij Nova in discussie met Mirjam de Rijk, directeur van de stichting Natuur en Milieu. Zijn statuur dringt de vraag op is hij al ‘gevraagd’? “Gevraagd?, voor wat?” Kennelijk ligt het toch voor de hand want na een paar minuten zegt hij: “Jullie bedoelen om wethouder Herrema in Amsterdam op te volgen?” Nee, dat is hij niet. [Red: Een week later komt het verzoek alsnog en wijst De Zeeuw het inderdaad af]. Maar hij zou het ook niet willen. “Het afbreukrisico is veel te groot. Bovendien, ik ben geen politicus meer .”

Hij was het wel ooit. In de jaren ’80 en ‘90 was hij achtereenvolgens acht jaar lang wethouder van Monnickendam en vijf jaar lid Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Die ervaringen leerden hem dat de politiek een paar specifieke nadelen heeft, zo stelt De Zeeuw. “Als politicus moet je voortdurend laveren tussen allerlei partijen, dat gaat me wel goed af . Maar je staat ook continu onder druk van de politiek, de media en het publiek, zeker in Nederland waar alles zich onder een enorm vergrootglas afspeelt.“ En politiek maakt lang niet altijd het mooiste los in mensen, kijk naar de affaire Vogelaar, wat toch vooral geëindigd is in een persoonlijk drama. Ik heb dat berekenende niet wat je nodig hebt, en ik kan ook niet schaken”, besluit hij om zijn betoog nog maar even te onderstrepen.

De Zeeuw staat er inderdaad om bekend niet snel een blad voor zijn mond te nemen en zo nodig  ferme uitspraken te doen, maar hier doet hij toch iets te bescheiden. In zijn huidige baan moet hij toch ook steeds met een groot aantal partijen om de tafel zitten en overleggen tot hij soms een ons weegt? “Klopt, maar er zit wel veel meer vaart achter, en er is veel minder ambtelijk geneuzel en bureaucratie , waar ik een grote hekel aan heb. Ik vond het heel leuk om tijdens mijn wethoudersschap in Monnickendam de dynamiek te zien van de democratie. Maar er is een overdosis politiek met een kleine p. Je moet veel corvee doen om voorstellen erdoor te krijgen. Daar kan ik absoluut niet tegen, ik word er cynisch van.”

artikel afbeelding

Friso de Zeeuw (r) in gesprek Mirjam de Rijk (l) tijdens uitzending van Nova, beeld: Nova

Stroperigheid

Volgens De Zeeuw wordt het openbaar bestuur gekenmerkt door stroperigheid, wat grotendeels veroorzaakt wordt door haperende politieke besluitvorming, de enorme hoeveelheid regels en het dualistische stelsel. Met name de lokale politiek heeft daarmee te kampen. “De professionaliteit in de lokale politiek is afgenomen. Het korte baan schaatsen is dominanter geworden. En het dagelijks bestuur krijgt weinig ruimte van gemeenteraden om slagvaardig te handelen.”

Daarbij komt dat het door politici zo gekoesterde instrument van bewonersparticipatie in de lokale politiek enorme frustratie kan veroorzaken. “Ik weet niet of je wel eens naar een inspraakavond bent geweest voor wijkbewoners, maar dat is vaak echt huilen. Als je pech hebt, dan zitten daar standaard dezelfde querulanten – die denken dat politici allemaal zakkenvullers zijn – de hele boel op te houden. Terwijl de bestuurders aan tafel op hun beurt veelal hulpeloosheid of arrogantie tentoonspreiden. Zo’n avond is daarmee vanaf het begin een klein drama.”

De Zeeuw snapt überhaupt het heilige geloof van politici niet in participatie op alle schaalniveaus. Volgens hem is het vakgebied het grotendeels allang eens: bewonersparticipatie op nationaal niveau is een ‘uitgehold’ verschijnsel, alleen de politiek wil daar nog niet aan. “Dat hele circus rondom de totstandkoming van de Structuurvisie Randstad 2040, het is net de nationale babbelbox. Let wel, het betrekken van bewoners bij de ontwikkeling van een gebied is absoluut noodzakelijk, maar het moet wel eerst concreet zijn. Dan komen mensen pas in actie.”

Mijnenveld

Om vertraging van grote bouwprojecten tegen te gaan, pleit De Zeeuw er daarentegen voor om zo vroeg mogelijk om de tafel te gaan zitten met de verschillende partijen. “Het draait allemaal om vertrouwen. Binnen de ruimtelijke ordening is een soort van specialisatiefundamentalisme aan het ontstaan; voor een gat in het wegdek heb je tegenwoordig al een adviseur ‘wegverbreding’. Maar al die schotten wekken ook wantrouwen. Om dat te doorbreken, moet je direct praten met de beslissers in plaats van weer een hele nieuwe emmer vol regeltjes te bedenken om risico‘s in te kaderen. Je moet zogezegd ‘elkaars nieren proeven’.”

Rest ons nog de vraag hoe hij te werk gaat als hij iets wil aankaarten zoals bijvoorbeeld recent die groeiende hoeveelheid milieuregels? Dan zoekt hij het toch snel hogerop, legt hij uit. “Je moet je in ieder geval niet beperken tot de specialistische ambtenaren, anders kom je nergens.“ Het beste is volgens De Zeeuw ‘straight for the bull te gaan’; de minister en diens topambtenaren. “Alleen een minister is niet altijd zo flexibel, die ziet allerlei beren op de weg. Dus dan probeer je gelijktijdig Kamerleden voor je plan warm te laten lopen. Als dat allemaal niets uithaalt dan kan je altijd nog ‘publicitaire druk uitoefenen‘.” Oftewel: de media inschakelen.

“De NRC wilde dat artikel wel plaatsen wat ik had geschreven over die milieueisen. Vervolgens seinde ik een paar Kamerleden in dat dit artikel eraan kwam, zodat zij zich ook een beetje konden voorbereiden. En ik heb de minister en haar topambtenaren ook een mailtje gestuurd; want als er een brandje ontstaat dan moet het natuurlijk weer geblust worden. Als zo’n artikel eenmaal in de krant staat dan krijgt het vervolgens een eigen dynamiek. Dat is heel wonderlijk eigenlijk hoe snel dat gaat. Natuurlijk lukt het niet altijd om je punt voor het voetlicht te brengen, het kan zelfs averechts werken. Maar dat maakt het wel spannend. Voor je het weet, zit je in je nette pak bij Nova aan tafel met Mirjam de Rijk te praten.”

Anouk Eigenraam werkt bij BNR Nieuwsradio en is eindredacteur bij Ruimtevolk. Bart Cosijn is oprichter van Urban Dialogue, werkt bij de Beroepsvereniging Nederlandse Stedebouwkundige Planologen en is hoofdredacteur van Ruimtevolk.




Ook interessant:

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

Gevangen in de digitale laag

Gerald Hopster

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten