De Domstad kan zoveel beter

24 maart 2009  /  Marc Nolden

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Eind 2008 presenteerden Rijkswaterstaat, het ministerie van VROM, de provincie en de gemeente Utrecht een plan om de overvolle autowegen rondom Utrecht te ontlasten. Dit plan bevat onder andere het idee voor een nieuwe ringweg dwars door Leidsche Rijn en Amelisweerd. Meer asfalt in een al door autowegen geteisterde stad, helpt dat nou echt? Wat betekent dat voor de identiteit van de Domstad zelf? Is het nog wel leuk wonen in een infrastructurele draaischijf?

Wat een lelijkheid eigenlijk. Die snelwegen rondom Utrecht. De A12, de A27, de A2. Als er al geen wegwerkzaamheden zijn, staan er wel files. ‘s Ochtends en ‘s avonds, bij mooi en slecht weer. Chaos. Zoals bijvoorbeeld hier, vlakbij knooppunt Oudenrijn, op de A12 richting Den Haag. Het is 7.21u, koud, donker en nat. Ergens verderop staat het vast door invoegend verkeer, en nu komen ook hier de eerste auto’s tot stilstand. Ze sluiten achter elkaar aan en vormen lange rijen. Dure en grote auto’s, die misschien wel 220 kilometer per uur kunnen halen, staan hier gewoon stil. En ze blijven komen. Al die koplampen. Ze lichten de uitlaatgassen van elke voorganger aan tot een vieze gele walm.

Tot ver in de binnenstad van Utrecht is de file merkbaar. Langzaam voortkruipende auto’s sieren daar het straatbeeld. Ook hier het zenuwachtige geronk van de langeafstandsdiesels, en ook hier de gele wolken. Binnenin vaak drukgebarende mannen. Je ziet ze klagen, horen kun je ze niet. Een waterig zonnetje probeert tevergeefs een glimlach op hun bedrukte gezichten te toveren. Passerende voetgangers houden chagrijnig hun hand voor hun mond. File is niet alleen een probleem op de snelweg.

Al jaren wordt er gestudeerd op begrippen als bereikbaarheid en automobiliteit, beide in het licht van onze intensiverende netwerksamenleving. Niet alleen technologische innovaties en hoogwaardige vervoersalternatieven passeren daarbij de revue, ook ideeën over variabele arbeidstijden en mobiele werkplekken. Alles hangt met alles samen, techniek en cultuur. Is de fileproblematiek wel op te lossen?

Ik denk dat een file vooral de fysieke verschijningsvorm van een maatschappelijke behoefte is: een auto willen bezitten en daarmee overal willen komen. Koste wat kost. Een equivalent van de Amerikaanse standaard, alleen dan in een veel te klein land. Autobezit is een idee, een keuze. En dat uit zich buiten, in het Nederlandse landschap. Een spiegel van onze cultuur. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals de logistieke sector, maar files bestaan grotendeels door onnodig autobezit. Je hoeft niet in die auto te gaan zitten, niemand dwingt je. En je kunt best vaker met het openbaar vervoer. Een automobilist die de file vervloekt, vervloekt zichzelf. Het probleem is niet een te kort aan asfalt, maar de ‘heilige koe’, een hardnekkig idee dat in ons hoofd zit. En dat los je niet zo maar op.

Het is van groot belang dat mensen die bezig zijn met dergelijke vraagstukken, de complexiteit van het fileprobleem blijven erkennen. En het niet versimpelen naar een asfaltopgave.

Toch hebben de nieuwe plannen voor een ringweg om Utrecht hier alle schijn van. In het rapport valt meteen het technische handschrift op. Woorden als capaciteit, doorstroming en pieklasten vliegen je om de oren.

artikel afbeelding

De A12 bij Utrecht, aansluting op de Europalaan (foto: Live Earth)

Een genuanceerde probleemanalyse met inbegrip van de sociaal-culturele component ontbreekt echter. De file zou een onoverkomelijk verschijnsel zijn. Zogenaamde verkeersinfarcten rollen als negatieve getallen uit onnavolgbare rekenmodellen. En op technische tekeningen verschijnen geabstraheerde wegenpatronen met steeds roder wordende balken en punten. En wat rood kleurt, moet groen worden. Verbazend. Is dit het product van een interdisciplinaire en bovendien interdepartementale samenwerking?

De nieuwe ring bij Utrecht zal niks oplossen. Dat lijkt misschien in eerste instantie zo, maar deze weg genereert gewoon weer nieuwe vraag. Over tien jaar staat ook die nieuwe ring vol. Kortom: het is geen slim en constructief plan. En dat in een tijd waarin we innovatieve oplossingen hard nodig hebben en waarin we nauwlettend om moeten gaan met stadsranden. Nederland verrommelt, ook Utrecht. Met dit plan moet niet de automobilist het ontgelden, maar het landschap. Is dit een gepast signaal?

Net als 25 jaar geleden, met de aanleg van de A27, is landgoed Amelisweerd opnieuw de klos. Maar ook de doorsnijding van Leidsche Rijn en de polder Rijnenburg is een gemene. De lokale politiek stond op haar achterste poten, en ook Utrechters zelf riepen moord en brand. Wéér een reep asfalt door het al versnipperde Amelisweerd. Zelfs oud-activisten werden wakker geschud en liepen vooraan in de demonstraties van 4 januari.

Inmiddels heeft minister Cramer van VROM haar zorgen uitgesproken over de plannen. Daarmee zorgde ze voor de nodige rust – prima, maar werkten haar ambtenaren niet aan dit plan? Provincie en gemeente houden voet bij stuk en zeggen voorlopig niet af te zien van de nieuwe ringweg. En dat is opvallend. Schijnbaar weegt het belang van een gezonde en leefbare stad niet op tegen de belangen van de regionale automobilist – die vaak niet eens in Utrecht woont, maar er vooral vlot langs wil. Economische redenen.

Maar wat voor door infrastructuur geknevelde stad blijft er over na deze zoveelste ingreep? Straks gaat ook het immense stationsgebied op de schop, en moet het Westplein ondertunneld worden. Intussen komt een hoogwaardig openbaarvervoersysteem maar niet van de grond, blijven stadsbussen door een drukbezocht winkelgebied razen en wordt het voor de recreant steeds moeilijker om het buitengebied achter een groeiende krans van woonwijken en snelwegen te bereiken. Wie wil hier straks nog wonen?

Je zou kunnen zeggen dat de ontstaansgeschiedenis van Utrecht, centraal knooppunt van auto-, water-, en spoorwegen uiterst succesvol was, maar dat deze zich na enkele eeuwen tegen diezelfde stad heeft gekeerd. Utrecht moet nu een keuze maken in wie of wat ze is en wil zijn. Het centrum van Nederland zijn is niet genoeg, en bereikbaarheid is ook niet zaligmakend. Investeren in een leefbare creatieve stad waar mensen trots op zijn lijkt mij momenteel gepaster.

Kom op stadsbestuurders, kom op Utrechtse stedenbouwers. Stop met snelwegen aanleggen, en bepaal de koers van de stad. Kom met slimme oplossingen in het openbaar vervoer, schrijf een échte spannende hoogbouwvisie, maak je daklandschap groener, doe iets voorbeeldgevends met je krachtwijken, omarm kunstenaars en creatievelingen, programmeer tijdelijk leegstaande gebouwen. Wees eigenwijs. Maak iets moois van de Domstad!

foto kopbeeld: Marc Nolden

Mobiliteitutrecht

Marc Nolden Freelance landschapsarchitect

Over de auteur

Marc Nolden is freelance landschapsarchitect en werkt onder de naam FREELANdSCHAP.



Ook interessant:

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Radicale maar realistische ideeën voor een nieuw platteland

Anne Seghers

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting