Een sluiproute naar de achterkant

17 maart 2009  /  Hans Venhuizen

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

“De planologie zit in een crisis”, vertelde me laatst iemand van de BNSP. Nu hou ik me niet alleen met ruimtelijke ordening maar ook met kunst bezig en kunst is bij uitstek een tak van sport die zichzelf voortdurend in een crisis praat, om daaruit dan vervolgens weer schitterend te kunnen herrijzen. Maar de planologie staat om een dergelijk prima donna gedrag niet bekend, veel te ‘bodenständig’ zoals de Duitsers zeggen.

Een crisis vraagt om oplossingen, nieuwe richtingen en nieuw elan. Het RUIMTEVOLK organiseerde een dag om op zoek te gaan naar dat nieuwe elan. Een dag die begon in een van de planologische wapenfeiten van de laatste twintig jaar, een transferium. Voor wie het niet weet, transferia zijn verzonnen nieuwe knooppunten die buitengewoon praktisch zijn wanneer ze functioneren. Het transferium waar ik werd verwacht, Barneveld Noord, ligt bijna letterlijk midden op de hei. Het overstappen van de auto op het andere vervoer, ‘sinn und zweck’ van een transferium, verloopt waarschijnlijk gesmeerd wanneer je van de verwachte kant aankomt. Ik bleek echter van een onverwachte kant te komen en hoewel ik trouw de borden volgde kwam ik pardoes aan de achterkant van dit briljante planologische speerpunt terecht. Een achterkant die helaas geen transferiale toegang bood. Waarschijnlijk had ik dat probleem kunnen voorkomen met een tomtom in mijn auto. Ik behoor echter tot de krimpende groep van tomtomweigeraars. En zie met zorgelijke blik overal om mij heen de handicaps van de tomtomgeneratie groeien. Bijna dagelijks hoor je van autogebruikers die trouw de instructies van de warme stem in de auto volgen en als gevolg daarvan gaan spookrijden, hun auto in de heg parkeren, of niet meer bestaande afritten van de snelweg proberen te nemen. Het is wachten op de eerste rechtzaak van een tomtomist tegen de staat, die niet kijkend maar luisterend zijn auto een totalloss heeft bezorgd. Om deze rechtzaken te voorkomen zie je bij grote snelwegverbouwingen al de waarschuwingen om toch echt, en wel onmiddellijk, de tomtom uit te schakelen. Je gaat ervan verlangen naar een totaltomtomloss.

De buschauffeur die het RUIMTEVOLK vervoerde vertrouwde ook op zijn tomtom. Van Barneveld op weg naar de eerste attractie Radio Kootwijk, overtuigde de bustomtom de chauffeur van de vele mogelijkheden om over de Veluwe te rijden. Misschien stond het ding nog ingesteld op de fiets als vervoermiddel, was de geselcteerde stem gespecialiseerd in sluiproutes of was de keuze voor het karakter van de route ‘avontuurlijk’. Maar na de nodige omzwervingen reed de bus zich hopeloos klem op de Radioweg in Kootwijk. Bijna goed, maar toch nog een aantal voor een bus onneembare zandverstuivingen van Radio Kootwijk verwijderd. In Radio Kootwijk doemde uiteindelijk een groteske betonnen burcht op de hei op. Zinderend maar zinloos, en dat al vrijwel meteen na haar oplevering in 1923. De kathedraal, zoals het gebouw in de volksmond wordt genoemd, dankt zijn omvang en zijn plek aan de nogal bewerkelijke lange golf techniek waarmee het contact met onze voormalige overzeese gebiedsdelen onderhield. Maar kort na haar oplevering bleek de techniek al weer hopeloos achterhaald, en kon hetzelfde contact vanuit veel kleinere gebouwen worden onderhouden. Godzijdank was Radio Kootwijk toen al gebouwd en kon daarmee toetreden tot de eervolle categorie waartoe ook de Eifeltoren en de Hollandse Waterlinie behoren: fascinerende maar zinloze bouwwerken. In de forten van de Waterlinie bleven ze nog decennia lang wapens poetsen, waar ze dat vanwege de vochtigheid misschien beter niet hadden kunnen doen. Van Radio Kootwijk bleven ze nog decennia lang zenden, terwijl ze dat vanwege de droogte van de grond misschien beter ergens anders hadden kunnen doen, vocht geleid de zendstralen namelijk veel beter.

artikel afbeelding

Als je schijnbaar logische plannen die snel achterhaald raken grotesk genoeg aanpakt, maak je monumenten. Ik zie het dan ook als een monumentale geruststelling dat de overspannen ambities van nu bij realisatie al weer hopeloos achterhaald zullen zijn. De blijvende kwaliteit is de groteskheid waarmee we die ambities hebben vervolgd. Misschien schuilen er ook wel fraaie monumenten in de morgen waarschijnlijk al weer achterhaalde ambities van nu. Waar planners net zoals politici normaalgesproken graag en voortdurend spreken over groei en uitbreiding, was de dag met het RUIMTEVOLK doordesemd met het besef van crisis en krimp. Verschuilt zich daarachter misschien nog een groteske potentie vroeg ik me af. Maar krimp is op zijn zachtst gezegd niet erg sexy. Daarom zullen krimpende regios zich tot de laatste snik presenteren als groeiend en bij voortduring opwindende groeiplannen voor de publiciteit en vervolgens de bureaula produceren. Maar juist achter de krimp houdt zich een nieuwe regionale identiteit schuil. Regios moeten dan ook helemaal niet gaan samenwerken teneinde toch nog te kunnen groeien, zoals aan het RUIMTEVOLK werd gesuggereerd, regios moeten zich juist versterkt te vuur en te zwaard gaan bestrijden. In de competitie schuilt de innovatie en regionale profilering.
Je moet er toch niet aan denken dat Ajax en Feyenoord gaan samenwerken, dan haal je de bodem onder de regionale kwaliteit onderuit. Laat die regio toch zijn eigen identiteit. Kijk maar naar zuid limburg waar de gewenste samenwerking tussen de voetbalclubs Roda JC en Fortuna SC in korte tijd heeft geleid tot een spoor van bestuurdersbedreigingen, autowrakken en ingegooide ramen.

We maken van de krimp het eerste regionale slagveld. In een nieuw televisieprogramma gaat de kop van Noord-Holland de strijd aan met Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg en Oost-Groningen. Strijdend om de GROOTSTE KRIMP BOKAAL tuimelen bestuurders over elkaar heen om te bewijzen hoevéél ze krimpen. Onder het motto STEEDS MEER RUIMTE laten ze vooral de kwaliteiten daarvan zien en de groei en rijkdom die niet meer alleen aan de hand van economische of demografische statistieken in beeld wordt gebracht.

In deze strijd is de planologie het vak van de toekomst, de plek waar alles samenkomt en waar de gedefunctionaliseerde samenleving gestalte krijgt. Inleider Jelle Rijpma gaf er al een mooie illustratie van. Het klooster in zijn Brabantse dorp, voorheen een plaats van bezinning, retraite en devotie, had nu zijn poorten geopend voor de verzorging van mensen met een bijzondere uitdaging, vroeger ook wel gehandicapten genoemd. De familie van deze bijzonder uitgedaagden mag met woningen aanleunen tegen het klooster. En ook voor bezinning-light is gezorgd. In de tot terras getunede kloostertuin verkopen de kloosterlingen aan uitrustende recreanten een naar eeuwenoud recept gebrouwen ‘biertje van de Heer’.

artikel afbeelding

Dit is het slagveld van de planoloog: economie, demografie, infrastructuur, toerisme, cultuurhistorie, woningbouw, noem het maar op, het speelt een rol. Maar wie voert de regie? vroeg het RUIMTEVOLK zich hardop af. Jelle Rijpma maakte duidelijk wat de nieuwe planoloog doet. Die doet niet meer alleen aan statistische demografische studies of ‘survey’ in het veld, de nieuwe planoloog doet aan bewustwording, aan AWARENESS. Zijn werkplek is al lang niet meer beperkt tot het echte landschap of zelfs de plankaart, het werkveld van de nieuwe planoloog bevindt zich vooral ’tussen de oren’. Daar kunnen de fouten worden voorkomen die de, zeg maar traditionele, planvorming nog altijd maakt. Daarin is het namelijk lang gewoonte geweest om het huis van de planvorming gesloten te houden en de resultaten pas aan de ‘achterkant’ publiek te maken. Met als gevolg dat aan de achterkant de mensen naar voren komen die aan de voorkant niet zijn gehoord. Deze ‘voorkant-buitengeslotenen’ gooien vervolgens de achterkant voor jaren op slot. Als je je voorkant zorgvuldig openzet dan kom je er aan de achterkant veel beter uit. Tussen deze voor-en achterkant bevinden zich de voorkamers en de achterkamertjes en daar regeert het poldermodel. Wanneer alle partijen in de voorkamer moeten samenwerken overheerst echter het strategische gedrag terwijl juist de anonimiteit en ongedwongenheid van de achterkamertjes tot goede overeenkomsten kan leiden. Dus wanneer regios moeten collaboreren dan doen ze dat het beste in het informele domein van de achterkamertjes en komen zo tot SAUNA SAMENWERKINGEN, KARAOKE CONVENANTEN en misschien later zelfs tot WELLNESS WETTEN.

De planologen zijn de reisgidsen door dit besluitvormingslandschap van de toekomst. Zij kunnen schakelen tussen het werkelijke en het onwerkelijke landschap en stappen soepel over van tienbaansautosnelwegen naar het slappe koord. Zo ontwerpen ze gaandeweg de broodnodige sluiproutes naar de wijd open achterkanten.

Hans Venhuizen
6 maart 2009 Barneveld-Arnhem

Foto’s: Coen de Rijk


Hans Venhuizen Eigenaar Bureau Venhuizen

Over de auteur

Hans Venhuizen is eigenaar van Bureau Venhuizen. Dit is een project- en onderzoeksbureau op het gebied van cultuur en ruimtelijke ordening, ook wel aangeduid met het begrip culturele planologie.



Ook interessant:

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders