De erfenis van tante Jane

02 februari 2009  /  Paulette Verbist

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Rotterdam kan een betere stad worden als zij de creatieve klasse omarmt, betoogt Paulette Verbist. Jane en Dany Jacobs zijn haar grote inspirators.

Jane Jacobs for dummies, zo zou je het toegankelijke boekje De erfenis van tante Jane – wetenschap van en liefde voor de creatieve stad van Dany Jacobs kunnen noemen.  De tante uit de titel is een denkbeeldige wensdroom: Jane en Dany Jacobs dragen weliswaar dezelfde achternaam en delen gezamenlijke interesses, maar zij was een Amerikaans-Canadese ‘self made’ onderzoekster die stierf in 2006, hij een Belgisch bedrijfssocioloog. Momenteel bekleedt hij het lectoraat kunst, cultuur en economie aan de hogescholen Artez en HAN in Arnhem.  De twee Jacobsen hebben elkaar helaas nooit ontmoet; was dat wel gebeurd, dan zou die ontmoeting ongetwijfeld tot inspirerende discussies hebben geleid.

Ondanks het gebruik van veel verwijzingen leest deze weerslag van de openbare les, die Dany Jacobs in juni 2008 hield bij zijn aantreden als lector, bijzonder prettig weg. Zijn definitie van het begrip creatieve stad gaat verder dan die van Richard Florida Niet alleen de aanwezigheid van de 3 T’s – een mix van creatieven (talent), minderheden (tolerantie) en hoger opgeleiden (technologie) – is de succesfactor voor stadsontwikkeling, zoals Florida betoogt, maar zeker ook de zichtbaarheid van dwarsverbanden tussen bewoners, ondernemers, onderwijs, zorginstellingen enzovoort. Net zoals verbanden tussen gevestigde economische activiteiten en  creatieve, technische of sociale vernieuwers. Denk bijvoorbeeld aan samenwerkingsprojecten zoals in Dordrecht, waar bussen rijden op brandstof uit organisch afval. Een creatieve stad is voor alles een dynamische stad, op sociaal, cultureel en economisch en ruimtelijk gebied.

artikel afbeelding
Op de foto staan Jane Jacobs en haar tegenspeler Robert Mozes, de ‘master-planner’ van New York, die grote infrastructurele werken realiseerde op een wijze die Jacobs radicaal afwees. (bron foto: Gotham Gazette)

Diversiteit
Als geestelijk erfgenaam mag Dany in zijn handjes knijpen. Het wetenschappelijk oeuvre van Jane is een omvangrijk stedenbouwkundig onderzoek, dat vooral gebaseerd is op eigen ervaringen en inzichten. Als inwoner van New York en Toronto in de jaren dertig tot zeventig van de vorige eeuw, een periode waarin de modernistische stedenbouw floreerde, schreef zij een serie standaardwerken waarmee ze gevestigde ideeën over ruimtelijke ordening op zijn kop zette. Ze kreeg hiervoor wereldwijd erkenning, zowel in de kring van vakgenoten als daarbuiten.

Jane ziet de stad als een organisch systeem dat zich op eigen kracht ontwikkelt. Haar observaties leiden tot de ingrediënten die een stad volgens haar moest hebben: hoge bebouwingsdichtheid, korte huizenblokken, dynamiek ‘op plintniveau’ en diversiteit in bebouwing –bijvoorbeeld oud en nieuw, duur en goedkoop door elkaar. Die diversiteit maakt uiteenlopend gebruik mogelijk en dat leidt weer tot een bloeiend, onderling afhankelijk economisch systeem van bewoning en bedrijvigheid.

Modernistische stedelijke planning daarentegen, zoals we dat bijvoorbeeld in de Rotterdamse wijk Pendrecht kennen, leidt tot eenvormigheid. De diversiteit verdwijnt en de activiteit op plintniveau minimaliseert, met anonimiteit en onveiligheid als gevolg. Kortom: modernistische stedenbouw leidt tot een gebrekkige ruimtelijke inrichting, verlies van economische dynamiek, sociaal-culturele kaalslag en visuele armoede. Terwijl juist deze elementen de ingrediënten vormen voor een succesvolle stad, aldus Jane.

Dany plaatst de theorie van Jane op aansprekende wijze in de Nederlandse context, waarbij hij zich specifiek richt op Arnhem. Hij doet verrassende tips van de hand om Arnhem – met zijn vier Vogelaarwijken, relatief veel hoger opgeleiden, maar ook relatief veel werklozen en segregatie in de stadswijken –  tot een betere stad te kunnen maken. De stad kan bijvoorbeeld zijn uitstraling drastisch veranderen wanneer de verffabriek van AkzoNobel en de talrijk aanwezige creatieven hun krachten bundelen, om zo de kwetsbare wijken een kleurrijker aanzien te geven.

artikel afbeelding

Bijeenkomst Pact op Zuid in Rotterdam op 25 maart 2008

Links-liberaal
De theorie van Jane kan politiek gezien als links-liberaal worden bestempeld.

Links, omdat het benutten van de eigen kracht van de stadsbewoners voorop staat. Het is een pleidooi voor een bottom up-werkwijze die veel ruimte geeft aan inzichten van buurtbewoners. Zij weten wat goed is voor hun wijk en moeten zich kritisch opstellen wanneer de overheid een wijk laat verloederen of met grootschalige vernieuwingsplannen komt. Vooral als die plannen geen wortels hebben in de wijk.

Liberaal, omdat het stedelijk weefsel zich volgens Jane bij voorkeur zonder overheidsbemoeienis moet ontwikkelen. De overheid moet zich dienend opstellen en voorwaarden creëren zoals het leggen van de noodzakelijke verbindingen en het beschikbaar stellen van middelen voor ruimtelijke ingrepen.

Als PvdA-portefeuillehouder Buitenruimte in de Centrumraad in Rotterdam spreekt het werk van beide Jacobsen mij aan. Ze brengen mij echter in verwarring als het gaat om mijn eigen rol. Als bestuurder zou ik me volgens Jane’s bottom up-theorie afzijdig moeten houden van autonome ontwikkelingen in onze woonwijken. Anderzijds ben ik gekozen door de bewoners van die wijken en verdedig ik met de Centrumraad de positie van de zittende bewoners tegenover het stadsbestuur. Bijvoorbeeld bij de planning en uitvoering van grote bouwprojecten, zoals de Calypso, de Lijnbaanflats en de nieuwbouw in het Scheepvaartkwartier

In de praktijk van alledag is het niet de politieke keus, maar de liefde voor de stad die de basis vormt voor vertrouwen tussen stadsbewoners en stadsbestuurders. Jane Jacobs ervaarde dat zelf zo en heeft er haar levenswerk op gebaseerd. Ze is hiermee voor mij een lichtend voorbeeld. Nieuwe verbindingen tussen verschillende groepen zijn inderdaad onontbeerlijk.

Meer invloed creatieve economie
Met de Integrale Wijk Actie Programma’s (IWAPS) – een soort wijkontwikkelingsscenario’s waarin relevante elementen vanuit sociale, ruimtelijke, economische en veiligheidsdisciplines samenkomen – hebben bestuurders en bewoners nu de kans om gewenste stadsvernieuwing uit te voeren. Het visuele aspect, dat volgens Jane onmisbaar is – denk aan aandacht voor aantrekkelijke buitenruimte, beeldbepalende gebouwen en creatieve uitingen – zou daar wat mij betreft onlosmakelijk mee verbonden moeten worden. Met de toevoeging van een visie op de rol van cultuur en participatie aan het Pact op Zuid, een jaar na de lancering van dit grootschalige stadsontwikkelingsproject, is dit inzicht door het stadsbestuur nog net op tijd onderkend. Kunstinstellingen en innovatieve ondernemers met internationale netwerken speelden hierin een belangrijke rol.

In het centrum, waar de creatieve dichtheid in tegenstelling tot in Rotterdam-Zuid maximaal is en vanzelfsprekend onderdeel vormt van het dagelijks leven, zou die stap eenvoudig te maken moeten zijn. Of veel kunstinstellingen, die een belangrijke rol vervullen in de creatieve sector, zich in deze opvatting kunnen vinden is echter een tweede. Voor een aantal van hen geldt – tot op de dag van vandaag – het credo l’art pour l’art. Zij vinden iedere verbinding met doelen die buiten de kunst liggen louter instrumenteel, en daarmee niet relevant. De kunstwereld heeft nu juist een unieke kans om uit zijn isolement te komen en meer betekenisvolle verbindingen aan te gaan. Van verheffing van het volk naar verheffing van de stad!

Ik pleit er voor om de IWAPS, waarvan elke Rotterdamse wijk er één krijgt, te benutten om creativiteit meer invloed toe te kennen in de Rotterdamse  stadsontwikkeling. De kennis van een lector als Dany Jacobs zou Rotterdam daarbij goed kunnen gebruiken. Welke universiteit of hogeschool in Rotterdam gaat deze uitdaging aan?

Dany Jacobs, De erfenis van tante Jane, 2008, Arnhem : ArtEZ Press, €24,50

Jane JacobsRecensies

Paulette Verbist Programmamanageur bij Hogeschool Rotterdam

Over de auteur

Paulette Verbist is portefeuillehouder Buitenruimte van de Centrumraad (deelraad Centrum) in Rotterdam en adviseur creatieve economie bij de Hogeschool Rotterdam.



Ook interessant:

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura

Een grootse traditie van maatwerk

Kris Oosting