... en wat wilde Wieringen?

31 december 2008  /  Andre Schaminee

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Veel megaprojecten leiden tot teleurstelling, onbegrip of onbehagen bij omwonenden. Het toekomstige Wieringerrandmeer is daar een goed voorbeeld van. Een column van André Schaminée.

We staan in een uitgestrekte polder, omringd door schapen en wind. We kijken om ons heen. “Kun je je voorstellen dat waar we nu staan, binnenkort de bodem van een meer is?”, vraag ik. “En dat de schapen vissen zijn?” antwoordt ze, terwijl ze een bruine lok achter haar oor stopt. “Nauwelijks. Maar het zal me wat. Of het nou gras is met schapen of een meer met vis, ik kom hier niet meer terug. Het blijft het einde van de wereld. Mijn toekomst begint pas een heel stuk verderop.”

Mijn goede vriendin A. is aan de toekomstige oevers van het Wieringerrandmeer opgegroeid. Ze heeft me vandaag meegenomen en ze laat me een prachtig, maar desolaat gebied zien. Zelfs met de brochure van de hier te bouwen luxe woningen voor ogen, kan ik me niet voorstellen hoe het er hier uit gaat zien. Wij rijden door de polder en door dorpen met namen als Hippolytushoef en Stroe. Kleine dorpen waar het leven op het eerste oog is zoals elders; de buren groeten elkaar, er is een bakker en een kerk met een kroeg. Toch huist achter dat beeld een zorgelijke toekomst. De jongeren trekken weg, er is te weinig werk en te veel drank en drugs.

Het is de provincie die de toekomst niet afwacht en samen met marktpartijen ingrijpt. Liefst 300 miljoen investeren zij in een enorme gebiedsontwikkeling. Een Randmeer en de bouw van dure woningen op diens toekomstige oevers moeten het het gebied een economische impuls moet geven.

Ze hebben de vlag niet uitgehangen, de bewoners rond en in het toekomstige randmeer. In tegenstelling, voor menig raam hangt een affiche met de tekst WieringerRAMPmeer. Niet dat de bewoners gewapend met hooivorken de straat optrekken overigens. Zo werkt het hier blijkbaar ook weer niet.

artikel afbeelding

De tweede kop koffie smaakt net zo goed als de eerste. A.’s vader slurpt hem tevreden naar binnen, slechts overstemd door de keukenklok. “Vroeger”, vertelt hij,” was er op een nacht eens een hels kabaal te horen vanaf zee. Het hele dorp is toen in allerijl naar de dijk gerend. Het water lag vol met grote schepen en overal klonk gebrom. Niemand begreep er iets van. Een enkeling dacht dat het oorlog was. Uiteindelijk bleek dat men was begonnen met de aanleg van de Afsluitdijk. Wisten wij veel? Niemand had ons iets verteld.”

Het megalomane project is niet in één keer bedacht, maar over jaren. De bewoners waren in slaap gesust toen, gevoelsmatig, plotseling in de krant te lezen was dat het Randmeer er zou gaan komen. Het gevolg was dat menigeen zich vanaf het eerste moment van communiceren niet betrokken voelde. De informatieavonden die daarna volgden werden matig bezocht. Want, zo was de redenering, wat viel er nou helemaal nog naar de hand te zetten?

Hoe maak je dat omwonenden een gebiedsontwikkeling die niet aansluit bij de lokale maat, toch omarmen? Er zijn mij geen voorbeelden bekend van vroegtijdige of brede bewonersparticipatie bij grootschalige gebiedsontwikkelingen. Waar in de stedelijke vernieuwing met burgerparticipatie inmiddels ruime ervaring is opgedaan en gesproken wordt van empowerment – ontwikkeling met de bewoners aan het roer – staat dit aspect bij gebiedsontwikkelingen nog in de kinderschoenen. Het helpt natuurlijk ook niet dat zo’n gebiedsontwikkeling voor de initiatiefnemers al dermate complex is, dat alle aandacht in de juridisch en financieel ingewikkelde PPS-constructie en het meerlagige besluitvormingstraject gaat zitten.

De bewoners die ik spreek zijn helemaal niet tegen verandering. Ze hebben moeite om de link tussen de gebiedsontwikkeling en hun eigen situatie te blijven zien. Een grootschalige gebiedsontwikkeling als het Wieringerrandmeer is voor hen niet geslaagd op het moment dat het wordt opgeleverd. Het is geslaagd als het hen verder helpt. En dat begint al voor en tijdens de realisatie.

artikel afbeelding

“Weet je, ik vind het mooi dat ze het zo goed met ons voor hebben. Maar laat ze dan consequent zijn. Laat de aannemers uit de streek de huizen bouwen in plaats van Polen of aannemers uit Amsterdam. Laat de installateurs uit het dorp de klussen doen. Maar het lijkt er niet op dat het ons direct werk oplevert. Er komen huizen die wij niet mogen bouwen en die onze kinderen niet kunnen betalen. Niemand heeft ons tot nu toe uit kunnen leggen hoe een Randmeer met dure woningen een antwoord is op onze problemen.” Dan heeft A’s broer er genoeg van. “Pa, hou op met dat gebrom. Er komen nieuwe mensen en met een beetje geluk zit er ook nog ergens een leuke dochter bij. Kan ik eindelijk ’s avonds eens brommers gaan kijken.”

Afbeeldingen: Arabella McQuinten

Platteland

Andre Schaminee Adviseur

Over de auteur

André Schaminée werkt als adviseur bij Twijnstra Gudde. Hij is één van de oprichters van Geen Kunst. Geen Kunst benut de kracht van kunst en ontwerp om nieuwe wegen te vinden in taaie vraagstukken.



Ook interessant:

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

Maak bedrijventerreinen klaar voor de (circulaire) toekomst

Cees-Jan Pen