Politiek waterland

25 november 2008  /  Martijn-Willem Oosting

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Afgelopen week vonden er verkiezingen plaats voor de oudste bestuurslaag van Nederland: de waterschappen. Speelden de verkiezingen zich voorheen op de achtergrond af, dit jaar werd voor het eerst gestemd via een lijstenstelsel. Ook landelijk opererende partijen stelden zich verkiesbaar. Sander Meijerink, planoloog aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, is geen voorstander van dit systeem. RUIMTEVOLK stelde hem een aantal vragen.

 

De eerste vormen van waterschappen zijn te herleiden tot de Middeleeuwen. Ze werden georganiseerd volgens het principe van belang, betaling en zeggenschap: zeggenschap werd door middel van evenredige betaling gekocht door belanghebbenden. Het principe heeft lang stand gehouden.

 

Wat zijn volgens u de belangrijkste taken waarmee een waterschap zich moet bezighouden?

 

“Een waterschap bekleedt een uitvoerende taak. Van oudsher zijn beheer en onderhoud van de waterinfrastructuur en het op peil houden van de waterstand de belangrijkste taken. Advisering over natuurbehoud is een derde taak, die de laatste jaren meer aandacht heeft gekregen.”

 

En  wie moet daarover beslissen?

 

“Er zijn verschillende groepen die direct te maken hebben met het beleid van een waterschap, zoals akkerbouwers. Deze groepen hebben van oudsher een grote invloed op de samenstelling van het waterschapsbestuur. Dit heeft altijd geleid tot een goed evenwicht, waarbinnen alle belangen afgewogen werden. Een mogelijk alternatief waterschapsbestuur is directe benoeming vanuit bijvoorbeeld de gemeente(n). Het is belangrijker dat capabele personen de leidinggevende rol binnen een waterschap kunnen bezetten. De politieke kleur moet onderschikt zijn aan deze rol.

 

De politieke interesse voor de waterschappen lijkt uit het niets te komen. Is dit een logische reactie op de democratisering van ons land?

 

“Door het introduceren van partijen met elk een eigen lijst hoopt de politiek de betrokkenheid van burgers te vergroten en de lage opkomst bij verkiezingen te verhogen. Maar het is een misvatting om waterschapsverkiezingen te vergelijken met reguliere verkiezingen voor een gemeenteraad of Provinciale Staten. In werkelijkheid is een waterschap juist een waarborgdemocratie; als de opkomst bij verkiezingen laag is, is dit een teken dat het goed gaat. Er hoeven dan geen grote veranderingen doorgevoerd te worden.”

 

artikel afbeelding 

 

U zegt dat de waterschappen een langzame dood tegemoet gaan door de verkiezingen via een politiek lijstenstelsel. Waarom denkt u dat het gevaarlijk is dat de politiek en haar verschillende ideologische gedachten een rol gaan spelen?

 

“Er moet continuïteit zitten in het waterschapsbeheer. Dat moet niet elke vier jaar weer opnieuw ter discussie worden gesteld. Daar komt bij dat het beleid van een waterschap niet onderhevig kan zijn aan de politiek van alledag. Als de kerntaken van een waterschap onderdeel worden van een politiek programma, ontstaat het gevaar dat ze opgaan in andere politieke belangen. Beheer en onderhoud van bijvoorbeeld dijken kunnen politiek minder interessant zijn dan andere onderwerpen.

 

D66, Groenlinks en SP doen niet mee te aan de verkiezingen. In plaats daarvan heeft een aantal partijen een voorkeurspartij benoemd. Is dit het goede voorbeeld of slechts een verkapte inmenging van deze partijen?

 

“Het is een illusie om te denken dat leden van een waterschap politiek neutraal zijn; er is altijd wel een overlap geweest. Toch zijn de politieke belangen ondergeschikt geweest aan het algemene belang van een waterschap. De partijen die naast de landelijk opererende partijen meedoen aan de verkiezingen, staan dichter bij de essentie van de waterschappen. Dat wil niet zeggen dat ze allemaal goed voor ogen hebben wat het beste is voor een waterschap, maar ze laten zich minder leiden door algemeen politieke belangen. Het aanwijzen van een voorkeurpartij is in ieder geval beter dan zelf meedoen.”

 

artikel afbeelding
Gemaal Wortman 

 

Tot slot: u bent tegen de verkiezingen, maar u heeft ongetwijfeld een mening over de juiste partij of partijen voor de verkiezingen. Wat was uw stemadvies?

 

“Het is belangrijker om te kiezen voor iemand die in staat is een waterschap te leiden, dan voor politieke ideologie. Dit moet dan ook de reden zijn om op iemand te stemmen. Helaas wordt in het lijstenstelsel de politieke ideologie juist wel centraal gesteld.”

 

Dit interview is mede tot stand gekomen dankzij dhr. L. Rabbers; voormalig voorzitter van het voormalig Waterschap Zuidenveld in Drenthe. De afbeeldingen komen van www.zuiderzeeland.nl


Martijn-Willem Oosting Adviseur planontwikkeling

Over de auteur

Martijn-Willem Oosting werkt als adviseur planontwikkeling bij het Havenbedrijf Rotterdam en is voormalig redacteur van Ruimtevolk.



Ook interessant:

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura

NOVI: Een hoopvol perspectief?

Peter Paul Witsen

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans