Ondernemers investeren mee in leefbaarheid

19 juni 2008  /  John Bardoel en Joost Roeterdink

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De Bedrijfsgerichte Gebiedsverbetering (BGV) maakt het mogelijk ondernemers meer verantwoordelijkheid te geven om de economie in binnensteden en bedrijventerreinen te versterken. In het buitenland bestaan positieve ervaringen hiermee. Maar wat zijn precies de kenmerken van een BGV? Welke activiteiten kunnen binnen een BGV worden opgepakt? En is de BGV geen verkapte heffing? Een poging enkele antwoorden te geven op vragen in de actuele discussie.

 

Een BGV, ook wel bekend als Business Improvement District (BID), is een instrument voor ondernemers om gezamenlijk activiteiten te financieren die niet tot hun ‘core business’ behoren, maar ook niet tot het takenpakket van de overheid. Het is in de jaren zeventig ontstaan in Canada en via de VS en (recentelijk) Groot-Brittannië overgewaaid naar het Europese Continent. In deze landen is het ingevoerd om de verloedering en neergang van binnensteden aan te pakken en te investeren in leefbaarheid en economie. In Nederland is de discussie ontstaan met de introductie van het Ondernemersfonds in Leiden.

 

De BGV is dus geen heffing: ondernemers bepalen zelf of ze het middel willen gebruiken, hoe ze het geld besteden en hoe ze dit zelf organiseren. De rol van de overheid is die van doorgeefluik: zij ‘int’ via de belasting en ‘keert uit’ aan de ondernemers.

 

In de actuele discussie over de invoering van het instrument in Nederland wordt naar onze mening onvoldoende aandacht besteed aan het verschil tussen binnensteden en bedrijventerreinen. In binnensteden wordt het instrument vooral ingezet voor marketing en promotie, op bedrijventerreinen vooral voor het beheer en de beveiliging.


Concurrentie binnensteden

Zonder gezamenlijke promotie verliest de binnenstad de concurrentiestrijd. De consument kan op steeds meer plaatsen terecht om te winkelen. Maar de consument kiest ook steeds vaker voor andere vormen van vrijetijdsbesteding. Om de gunst van de consument te winnen, moeten ondernemers samen de binnenstad als ‘product’ verkopen. Het succes van Deventer met het Dickens Festijn of de Arnhem Mode in de Beste Binnenstad van Nederland laten dit zien. Om dit te financieren en te organiseren wordt de BGV een must.

 

artikel afbeelding
Bedrijfsverzamelgebouw op het bedrijventerrein Heiligenberg-Noord in het Brabantse Cuijk (foto: Joost Roeterdink)

 

Ook voor bedrijventerreinen is de BGV volgens ons van groot belang. De voornaamste drijfveer voor samenwerking in bedrijfsgebieden is de pensioenvoorziening van de ondernemers. Een aantrekkelijk bedrijventerrein is van groot belang voor de waarde van een bedrijfspand. Ook het voorkomen van criminaliteit is een belangrijke reden. Vervolgens kan samenwerking ook voor andere doelen gebruikt worden als een gemeenschappelijke workpool van werknemers, collectieve energie-infrastructuur of belangenbehartiging.

 

Freeriders zetten samenwerking onder druk

Op dit moment wordt in binnensteden en op bedrijventerreinen vaak al samengewerkt. Wat is dan de meerwaarde van de BGV? Het probleem is de vrijwilligheid en vooral vrijblijvendheid van de samenwerking. Net als bij een sportvereniging is het succes afhankelijk van enkele goedwillende en enthousiaste mensen die de ‘kar trekken’. Dit voldoet voor een sportvereniging, waar het clubtoernooi de grootste uitdaging vormt, maar niet in een gebied waar geld verdiend moet worden. Professionele activiteiten vragen om een professionele organisatie met dito budget. Het blijkt soms lastig ondernemers te motiveren om mee te betalen. Zogenaamde ´freeriders´ zetten het voortbestaan van samenwerking onder druk. Na de opstartfase lukt het vaak niet om een gezonde organisatie met financiële continuïteit op te bouwen. Hier is een BGV nodig om te komen tot een financieel stabiele basis.

 

artikel afbeelding
Een BID investeert in een ‘street redesign project’ (Hillsborough St Raleigh)

 

Voorwaarden voor succes

Een gebiedsgerichte investeringsbijdrage volgens het BGV-principe vereist een professionele aanpak. Deze professionaliteit ontstaat niet van vandaag op morgen. Het begint met kleine stapjes. Eerst moet er vertrouwen ontstaan tussen ondernemers. Pas als dit er is, kan dit vertrouwen worden ‘vastgelegd’ in een BGV. Een BGV zal dus nooit het startpunt zijn, maar een logisch gevolg van het samenwerken binnen projecten. Voorwaarden voor succes zijn:

 

– Ondernemers hebben samen een visie op de ontwikkeling van hun
bedrijventerrein of binnenstad.
– Zij weten deze visie te vertalen naar concrete doelen, meetbare acties en
maatregelen.
– Om deze doelen te bereiken zijn ze in staat een organisatie op poten te
zetten en deze te financieren om de acties op te pakken.

 

De BGV kan zowel voor binnensteden als bedrijventerreinen een effectief instrument zijn voor het financieren van gebiedsgerichte ontwikkeling door ondernemers. De BGV kan alleen ingezet worden door en voor ondernemers en kan dus ook nooit een ‘verkapte’ lastenverzwaring van de overheid zijn. Ondernemers zullen bij meerderheid moeten besluiten welke activiteiten zij de moeite waard vinden om samen te werken. De invoering van een BGV is daarbij een logische stap in de professionalisering van de al bestaande samenwerking van ondernemers in binnensteden en op bedrijventerreinen.

 

Joost Roeterdink is werkzaam bij de provincie Gelderland, en heeft dit artikel geschreven samen met John Bardoel, adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij Advin. Beiden hebben dit artikel op persoonlijke titel geschreven.

Bedrijventerreinen

John Bardoel Senior adviseur

Over de auteur

John Bardoel is senior adviseur bij Seinpost.

Joost Roeterdink Beleidsmedewerker Economisch Zaken

Over de auteur

Joost Roeterdink is beleidsmedewerker Economisch Zaken bij de provincie Gelderland.



Ook interessant:

De verborgen verhalen van Rotterdam

Teun van den Ende

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand