Vogelaar ontvouwt strategie wijkaanpak

22 mei 2008  /  Mariska van Meijeren

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Ella Vogelaar kan aan de slag. Met ruim 300 miljoen euro extra op zak kan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie echt van start in ‘haar’ veertig wijken. Het geld is en was volgens haar nooit het grootste probleem. ‘We moeten met elkaar de verkokerde aanpak die we in de afgelopen jaren hebben gezien, weten te doorbreken’.

De kritiek vanuit Den Haag op haar aanpak noemt ze ‘politieke ongedurigheid’: “Ik heb vanaf het begin af aan gezegd dat dit niet iets is wat je in vier jaar oplost”, zegt ze. Maar ze begrijpt de ongedurigheid van bewoners in haar veertig wijken om aan de slag te gaan. “Als je weet dat het minimaal acht tot tien jaar duurt om een wijk te veranderen, moeten mensen toch ook in de beginfase zien dat er iets gebeurt. Ook als zijn het maar kleine dingen, bouwsteentjes voor het grotere geheel, je moet wel zorgen dat dat neergezet gaat worden”, vertelt ze, gezeten in een flat in Utrecht Overvecht. Ze is op bezoek bij RUIMTEVOLK-redacteur Jeroen Niemans, die als ‘kansrijke’ voorrang heeft gekregen bij de toewijzing van zijn woning. Met dit zogenaamde‘leefstijlexperiment’ hoopt de gemeente de leefbaarheid in Overvecht te verbeteren. Vanuit zijn woonkamer op zeven hoog, heeft de minister een magnifiek uitzicht over de rijen flats en het monotone stratenpatroon dat zo kenmerkend is voor veel van haar ‘prachtwijken’.

 

 

"De afgelopen jaren is het nog te vaak voorgekomen dat de een van de ander niet wist dat ‘ie met een gezin bezig was"

Eerder om tafel
Om de problematiek in de wijken duurzaam aan te pakken moet er volgens Vogelaar nog een flinke slag gemaakt worden. En dan doelt ze niet op de financiering. Nu ze vanuit de rijksbegroting meer geld heeft gekregen voor haar wijkenaanpak zijn gemeenten ook bereid in de buidel te tasten. En waar deskundigen zich afvragen (zie NRC, 27 maart 2008) of het juridisch wel mogelijk is om woningcorporaties in 2008 een heffing op te leggen, is de minister er zelf van overtuigd dat die er komt. “Dat gaat gewoon gebeuren”, aldus Vogelaar.

 

Volgens Vogelaar moeten er op het sociale vlak nog slagen worden gemaakt. Weliswaar heeft de aanpak al duidelijk een sociaal gezicht. Dat niet alleen welzijn maar bijvoorbeeld ook corporaties zich met de sociale problematiek bemoeien is al winst. Maar daarmee zijn we er volgens de minister nog niet. “We moeten veel meer denken vanuit de bewoner die in de problemen zit. In de afgelopen jaren is het nog te vaak voorgekomen dat de een van de ander niet wist dat ‘ie met een gezin bezig was. Ook is er te weinig het besef dat je vanuit de ruimtelijke ordening ook kunt bijdragen aan veiligheid leren en spelen in een wijk.” Om deze problemen te tackelen moeten sociale partijen volgens Vogelaar in een vroeg stadium al aan tafel zitten met stedenbouwkundige bureaus, gemeenten en corporaties. “Het is ontzettend belangrijk om, als je met de ruimte aan de gang gaat, daar vanaf het begin mensen bij te betrekken die vanuit het sociale meedenken over de opgaven die in een wijk liggen. Dat is volgens Vogelaar nog lang niet altijd het geval. “Traditioneel zijn het kokers”, aldus de minister.

 

 

"Gemeenten moeten partners vinden die zich meerjarig aan een wijk verbinden"

 

Langere contracten welzijn en zorg
Vogelaar is van mening dat alle partners, ook de sociale, zich voor een lange periode aan een wijk zouden moeten kunnen verbinden. Nu is dat lang niet altijd mogelijk. Lange tijd bestond er ontevredenheid over de prestaties van welzijns- en zorginstellingen, waarop veel gemeenten hebben besloten om kortlopende contracten met deze instellingen af te sluiten, om greep op de prestaties te krijgen. Door deze vaak eenjarige contracten bestaat het risico dat een instelling na korte tijd weer uit een wijk verdwenen is. Dit maakt ze, bijvoorbeeld voor een woningcorporatie die wil samenwerken in een ‘achter de voordeur’-project, ongewild tot een onbetrouwbare partner. Vogelaar: “Gemeenten kunnen ook meerjarige contracten afsluiten. Als je als gemeente zegt, ‘ik wil meerjarig investeren in een wijk’, dan zal je ook partners moeten hebben die zich meerjarig aan een wijk verbinden. Ik vind echter wel dat je als gemeente moet kunnen blijven sturen. Je kunt, in plaats van een kortlopend contract, ook een meerjarig contract aanbieden en afspreken dat als de prestaties tussentijds uitblijven, dat het contract alsnog ontbonden kan worden”, aldus Vogelaar.

 

De minister is niet van mening dat haar departement en de woningcorporaties met de verkeerde sociale partners om tafel zitten (zie interview Klaas Mulder op RUIMTEVOLK) De kritiek luidt dat het ministerie en de corporaties bij de verkeerde deur aankloppen om advies. Niet de brede scholen, welzijnsinstellingen en ROC’s zouden de sleutel vormen voor een geslaagde aanpak, maar GGZ-artsen, de reclassering en consultatiebureaus zijn nodig om bewoners te helpen. Ze zouden in de discussie ontbreken.”Daar ben ik het niet mee eens. We hebben ze allemaal nodig, ook de GGD, reclassering en consultatiebureaus. Ik denk dat de Centra voor Jeugd en Gezin een schakel naar deze partijen wordt. De centra hebben straks een coördinerende functie en zullen gaan samenwerken met bijvoorbeeld jeugdzorg en consultatiebureaus. We staan nu met deze centra nog in de beginfase, maar ik zie dat wel gebeuren, ik ben daar niet pessimistisch over.”

 

 

"Nieuwbouw moet uitnodigen tot sociale samenhang"

Waterbedeffect
Een tweede grote zorg van Mulder, dat met de grote sloop/nieuwbouw operaties die in de komende jaren voornamelijk in de veertig wijken plaatsvinden de stabiele arbeiderswijken gevaar lopen, deelt de minister wel. Volgens Mulder, adviseur in de stedelijke vernieuwing, zorgt de grootschalige sloop voor een grotere concentratie van multiprobleemgezinnen in arbeiderswijken die het in zijn ogen ‘net redden’. Het zogenaamde ‘waterbedeffect. ‘Ik vind dat een belangrijk punt, waar je echt aandacht voor moet hebben. Ik denk dat te weinig mensen dat nu nog op hun netvlies hebben”, zegt Vogelaar. &ld
quo;Ik was laatst in Maastricht en daar vertelden bewoners mij dat ‘ze hier alles maar dumpen’. Met ‘ze’ bedoelden ze de woningcorporatie en de gemeente, met ‘alles’ de overlastgevende gezinnen. En dan denk ik, een terecht punt. Want dat kan natuurlijk niet, trouw in de ene wijk proberen een zodanige mix te creëren dat er weer draagkracht in de wijk terugkomt terwijl het in een andere verloedert. Dan ben je in feite weer opnieuw problemen aan het stapelen.”

 

Maar waar Mulder pleit voor regelgeving die het corporaties onmogelijk maakt om de problemen door te schuiven, ziet de minister de oplossing niet in wetten en verordeningen. “Een waterbedeffect krijg je als je alleen maar met sloop en renovatie bezig bent en als je niet investeert in de problematiek van mensen. In de wijkenaanpak proberen we dat nu juist te veranderen. Het moment van sloop kan je heel goed aangrijpen om een positieve draai aan de levens van mensen te geven. Je kunt dat moment heel bewust gebruiken om ook de sociale problematiek aan te pakken. En ook om met de mensen te bekijken hoe ze kansen kunnen pakken. Want daar gaat het natuurlijk ook om.” Wel meent de minister dat er genuanceerd gedacht moet worden over sloop. “Niet mensen confronteren met ‘wij hebben besloten dat hier gesloopt gaat worden. Dan zit je al tegenover elkaar. Als in een wijk problemen zijn, dan moet je met de mensen om tafel gaan zitten. Samen kijken wat er aan de hand is, wat de problemen zijn. En hoe die opgelost kunnen worden. En ja, soms is sloop onvermijdelijk. Maar je moet je als corporatie goed realiseren wat dat voor mensen betekent, wat dat men hen doet.”

Huurtoeslag en hypotheekrenteaftrek
Of, zeker met de omvangrijke sloopplannen van corporaties in de achterstandswijken in het vooruitzicht, het systeem van huurtoeslag op de lange termijn houdbaar is, antwoordt Vogelaar ontkennend. “Er moet een fundamentele discussie komen over de financiering van de woningmarkt. Over de hypotheekrenteaftrek en daarmee samenhangend ook de huurtoeslag. Dat kan je niet los van elkaar zien”, zegt ze. Ze is blij met de extra gelden, ruim 190 miljoen euro, om de tekorten op de begroting voor de huurtoeslag de komende jaren te kunnen dekken. Maar de koek is een keer op. “We hebben bij de totstandkoming van dit coalitieakkoord gezegd dat we de komende vier jaar van het financieringssysteem afblijven. Maar, als er een verbod op denken is, dan gaan er heel veel mensen juist heel hard nadenken. Dat is weer het mooie, zeg ik altijd maar. We krijgen nu heel veel adviezen hoe we nu verder moeten met de woningmarkt. Ik denk dat daarmee een basis wordt gelegd die in de volgende coalitiebesprekingen zal zorgen dat knopen worden doorgehakt.”

 

Met dank aan Marius Heijn en Jeroen Niemans.


Mariska van Meijeren Onderzoeker

Over de auteur

Mariska van Meijeren werkt als onderzoeker in de stedelijke vernieuwing. Ze studeerde journalistiek en maatschappijgeschiedenis en is nu verbonden aan OTB, het onderzoeksinstituut van de TUDelft op het gebied van wonen, bouwen en de gebouwde omgeving. Mariska is voormalig eindredacteur van Ruimtevolk.



Ook interessant:

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker

Publieke welvaart

Simon Franke en Wouter Veldhuis

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura