Consumentendrift leidt tot verrommeling

06 april 2008  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Ons landschap is een rommel en we zijn met z’n allen druk doende om er iets aan te doen. Maar is het echt een zootje of praten we elkaar wel erg gemakkelijk na? Misschien is verrommeling niet het gevolg van achteloze planning maar van de algehele liberalisering van de ruimte. Wanneer we dit erkennen komen we wellicht een stap verder in de broodnodige discussie over de inrichting van Nederland.

Door ogenschijnlijk willekeurig geplaatste gebouwen en infrastructuur zien mensen hun weidse blik steeds meer belemmerd. Dit is wat we verrommeling noemen. Deze rommel treffen we op veel plekken aan. Je ziet het langs snelwegen, aan de randen van de stad maar ook in het open landschap. Maar wat voor de één rommel is, is voor een ander een logische ordening. Het is daarom cruciaal om te benoemen op welke schaal je naar de zaken kijkt. Daarnaast is het voor een beter begrip belangrijk wie of wat rommel maakt. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, de belangrijkste lijkt eerder een maatschappelijk dan een puur ruimtelijke.

 

artikel afbeelding

Landschap tussen Amsterdam en Halfweg (foto: Bart Cosijn)

 

Nederland is geen welvaartstaat meer. De burger is in de eerste plaats een consument en uitkomsten moeten bij voorkeur meetbaar zijn. Waar tot nu toe de verschillende overheidslagen nog in betrekkelijke harmonie deze ruimteclaims konden coördineren, heeft nu een nieuwe vorm van ruimtelijke ordening haar intrede gedaan. Na de marktwerking in de zorg, het openbaar vervoer en de telecommunicatie wordt ook op de ruimte dit zelfregulerende concept losgelaten. Deze liberalisering van de ruimte is te definiëren als het toestaan van concurrerende ruimtelijke initiatieven die van onder op gevoed worden. Traditioneel had de nationale overheid een sterke grip op de inrichting van Nederland, tegenwoordig zijn het dus vooral de locale spelers, gemeentes en private partijen die de doorslag geven.

Maar rommelen we dan maar wat aan zonder enige afstemming? Nee, dat doen we niet. Er is geen sprake van een ‘achteloze planning’ omdat er zich niet minder mensen om de planning bekommeren maar vooral andere mensen dan voorheen. Daar waar er vroeger bestuurders en ontwerp elkaar vonden in een vanuit nood geboren visie op de ruimtelijke ordening hebben we nu steeds meer moeite om grote werken te realiseren. We geloven er simpelweg niet meer in. Er is een andere speler opgestaan: de consumerende burger. En deze burgers trekken graag de natuur in. Maar ze houden ook van mobiele bereikbaarheid en willen hun meubels graag goedkoop kunnen uitkiezen. Uiteraard willen ze veel keus. Bovendien hebben ze het liefst meerdere kerstbomen, zoeken ze een plek om hun caravan te stallen en willen ze een postorder die hun internetbestelling snel levert. Al deze wensen hebben hun invloed op het landschap. Zowel op het platteland als in de stad zijn grote bedrijventerreinen naast woonwijken ontstaan: op het erf van een voormalig boerenbedrijf kan rustig een grote opslagloods op van een transportonderneming staan, de grote blauwe blokkendoos die Ikea heet domineert op verschillende plekken in het land. Kortom: we willen met z’n allen heel erg veel, het liefst zo snel mogelijk en tegen een scherpe prijs. Daarom hechten veel burgers aan een ruimtelijk ordening die dit alles mogelijk maakt.

 

artikel afbeelding

Landschap tussen Amsterdam en Halfweg (foto: Coen de Rijk)

 

Het ministerie van VROM heeft het tegengaan van de verrommeling tot een belangrijk onderdeel van haar beleid gemaakt: ze streeft naar een mooi Nederland. Maar we kunnen pas echt verder komen in de discussie als we kijken wie er nu precies met elkaar concurreren om ruimte, in plaats dat we ons vooral op de effecten van deze strijd concentreren. Verschillende gemeentes bijvoorbeeld proberen nieuwe ondernemers aan te trekken als stimulans voor de locale economie. Met als gevolg dat er steeds opnieuw goedkope bouwgrond voor bedrijven wordt uitgegeven. De burger heeft haar wensen, ondernemers zien hier markt in en de gemeentes willen faciliteren. Dat is, enigszins gesimplificeerd, waar het op neer komt. Dit is primair een economische keten, en we zien dit steeds meer op een hele directe manier vertaald in het landschap.

Het is belangrijk om een stap verder te komen in de discussie omdat we anders blijven hangen in het verwijt dat de overheden te weinig regie voeren. Individuele burgers zullen de hand in eigen boezem moeten steken, om zo de gevolgen van hun consumptiegedrag onder ogen te zien. De vraag of de overheid dit gedrag moet reguleren of stimuleren is eigenlijk niet meer zo interessant, nu de ruimtelijke ordening een individuele bezigheid is geworden. En het is bovendien een moreel dilemma: mag ik zoveel consumeren, reizen en vermaak zoeken als ik wil, terwijl ik daarmee een algemene waarde meer en meer geweld aan doe? We beschouwen een landschap zonder al te veel rommel namelijk als een groot goed. Deze vraag heeft de liberalisering van de ruimte over ons afgeroepen, laten we op zoek gaan naar een passend antwoord.

BUNDEL mens en verrommelingVerrommeling



Ook interessant:

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker

De ontluikende kracht van middelgroot

Anne Seghers

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand