Nederlander echte ruimteverslinder

26 februari 2008  /  Melchert Reudink

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Hoewel burgers zich vaak druk maken over het gebrek aan invloed op de ruimte in eigen land, hebben zij als consument ironisch genoeg grote invloed op het ruimtegebruik elders. Het wordt dan ook hoog tijd dat deze invloed wordt meegenomen in het debat over de ruimtelijke inrichting.

Duurzaamheid gaat voornamelijk over schaarste. Alleen al daarom heeft het in Nederland een ruimtelijke dimensie. Dat we zuinig met onze ruimte om moeten gaan is inmiddels wel bekend, en dat we onze ruimte zo moeten inrichten dat stofkringlopen zo veel mogelijk worden gesloten is sinds minister Cramer het ‘cradle to cradle’ concept aanhangt ook geen nieuws meer. De duurzaamheid van onze ruimte staat goed op het netvlies zo lijkt het.

Niets is echter minder waar. Hoewel we ons erg druk maken over de inrichting van ons kleine landje gebruiken we voor het in stand houden van onze welvaart een veelvoud van het Nederlandse grondoppervlak elders. Een paar voorbeelden.

Vlees als ruimteverslinder
Een lekker stukje vlees op het bord is voor veel mensen niet meer weg te denken. Jaarlijks kopen we in Nederland per persoon ongeveer 42 kilo varkensvlees, 22 kilo kip en 18 kilo rundvlees. Om de productie van vlees mogelijk te maken worden grote hoeveelheden veevoer (onder andere soja) vanuit alle delen van de wereld aangevoerd. Er is een directe relatie tussen het eten van vlees, de landbouwgrond die daarvoor nodig is en het verlies van plant- en diersoorten. Vlees is een echte ruimteverslinder. Voor één kilocalorie rundvlees is wereldwijd gemiddeld 80 maal zoveel land nodig als voor één kilocalorie graan. In rundvlees zitten weliswaar veel eiwitten, maar zelfs op basis van de eiwitverhouding is er voor rundvlees 10 maal meer areaal nodig dan voor eiwitbevattende groenten zoals peulvruchten.

 

artikel afbeelding

Soja velden in Zuid-Amerika

 

Van het totale areaal aan akkerland wordt wereldwijd een derde gebruikt voor het verbouwen van veevoer. Daarnaast is er wereldwijd 3,5 miljard hectare grasland dat vaak minder intensief wordt benut door grazers. Dit optellend wordt tachtig procent van het landbouwareaal gebruikt voor begrazing en productie van veevoer. Dit landbouwareaal breidt bovendien steeds verder uit. Volgens de Verenigde Naties kan bijna de volledige ontbossing worden toegeschreven aan de veeteelt.

 

artikel afbeelding

Productielijn in een varkensslachthuis. (Bron: Groep De Brauwer)

 

Biobrandstoffen
Een ander goed voorbeeld van intensief grondgebruik ver buiten Nederland vormen de biobrandstoffen. Ze vormen op dit moment slechts een klein percentage van de totale hoeveelheid brandstof die in Nederland wordt gebruikt, maar de belangstelling is groeiende. Het gebruik van biobrandstoffen als alternatief wordt vanuit zowel Europa als de Nederlandse overheid dan ook krachtig gestimuleerd. Biobrandstoffen zijn immers hernieuwbare brandstoffen, die bovendien een gesloten CO2 kringloop kennen. Toch ligt het ook hier niet zo eenvoudig als het lijkt. De meeste gewassen die geschikt zijn als biobrandstof, zoals suikerriet, sweet sorghum en palmolie, groeien namelijk niet in ons gematigde klimaat op het noordelijk halfrond. Ze groeien ten noorden en zuiden van de evenaar. Bij een toename van het gebruik van biobrandstoffen zal het ruimtegebruik van de Nederlandse consument in het buitenland sterk toenemen, waarbij het risico op verdringing van de lokale voedselproductie en verdere aantasting van natuur en landschap sterk aanwezig is.

 

Samenhang

Wat ontbreekt in het sterk nationaal georiënteerde debat over de ruimte, is samenhang. Samenhang tussen nu en later, hier en elders, en tussen economische, sociale en ecologische waarden. En voor deze samenhang lijken wij helaas nogal blind.

Oog krijgen voor deze samenhang zou een welkome en noodzakelijke verbreding van het debat betekenen. Echte duurzaamheid houdt immers niet op bij de grenzen, maar vraagt om samenhang tussen een veelheid aan processen die in onze geglobaliseerde samenleving sterk in tijd en ruimte zijn gespreid. Het is dan ook noodzakelijk dat het perspectief van waaruit wij invulling geven aan de ruimte wordt opgeschaald.

 

 

Melchert Reudink heeft dit artikel op persoonlijke titel geschreven.

Geraadpleegde literatuur:

– Tweede Duurzaamheidsverkenning: Nederland en een duurzame wereld. Armoede, klimaat en biodiversiteit, MNP, Bilthoven, 2007;
– Ros, J.P.M. & J.A. montfoort, Evaluatie van transities: systeemoptie vloeibare biobrandstoffen,
MNP, Bilthoven, 2006.

BUNDEL mens en verrommelingPlatteland

Melchert Reudink Onderzoeker

Over de auteur

Melchert Reudink is onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).



Ook interessant:

De ontluikende kracht van middelgroot

Anne Seghers

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom