Wonen waar je werkt, werken waar je woont

21 januari 2008  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Tanken in je flat, sporten op je werk en naar kantoor in je eigen achtertuin. En dus nóóít meer in de file, altijd op tijd thuis voor het eten en geen treinvertragingen meer. Het paradijs? Volgens het boek ‘WoonWerk!’ van kennisnetwerk Habiforum is het allemaal mogelijk. Rest slechts de uitvoering.

In sf-films woont de mensheid ondergronds, zwerft samen met captain Picard eeuwig op de USS Enterprise in outer space of slijt haar laatste levensdagen op een of andere onherbergzame, kaalgevreten planeet. Maar zolang reizen naar Mars voorlopig slechts is voorbehouden aan dode miljonairs zullen we het vooralsnog met onze spaarzame vierkante meters moeten doen. En die situatie wordt steeds nijpender; in de steden neemt het ruimtegebrek en de verrommeling toe.

Dat functiemenging (en verdichting) uitkomst kan bieden bij het oplossen van grote stedelijke vraagstukken, is bekend. Maar zoals altijd blijft de praktijk nog enigszins achter bij de theorie. In het onlangs gepresenteerde boek ‘WoonWerk!’ hebben zo’n dertig partijen op het gebied van ruimtelijke ordening een nieuwe poging gewaagd om de weerbarstige werkelijkheid een duwtje in de goede richting te geven. In het boek staan tientallen concepten en strategieën beschreven en verbeeld. De auteurs husselen verschillende functies van wonen en werken in de stad onder, over, op en door elkaar tot een ware hutspot.

Het boek is het resultaat van het project ‘mengen in de stad’. Meer dan vijftig professionals – werkzaam bij diverse overheidsinstanties en architectenbureau’s – wisselden anderhalf jaar lang hun kennis en ervaringen uit. Het project ontstond omdat er volgens Habiforum dringend behoefte was aan kennis, kunde, en vooral: frisse ideeën.

De auteurs laten zich in het boek dan ook geheel niet hinderen door traditionele visies op functiemenging; een pad dat volgens hen heeft geleid tot ‘ruimteverspilling, levenloze slaapsteden, karakterloze bedrijventerreinen’. In WoonWerk! mag alles en kan alles.

Aansprekend zijn met name de herstructurering van bedrijventerreinen, het omtoveren van fantasieloze woonwijken in het Haagse Laakkwartier in loftwoningen, of het ontwerp van een woon-werkdomein. Ook reeds bestaande voorbeelden van functiemenging sieren de pagina´s, zoals het gebouw van de Sociale Verzekeringsbank in Amsterdam-Zuid en de mediacampus rond de voormalige Schiecentrale in Rotterdam.

Roze bril

De auteurs kijken in hun bijdragen soms wel door een bril met roze getinte glazen. Het Entrepotgebouw in Rotterdam – een voormalige pakhuis dat getransformeerd is tot een gebouw met winkels, woningen en kantoren – dient als referentie voor een studie van One-Architecture. Maar als er één bekend voorbeeld van mislukte functiemenging in Rotterdam kan worden genoemd – dat als tweede stadscentrum op de Kop van Zuid zo leuk oogde op de tekentafel – dan is het wel het Entrepotgebied. De helft van de panden staat momenteel leeg.

Zoals gezegd is functiemenging geen nieuw concept. De stad als organisme, de ontwikkeling van werklandschappen en de herinrichting van bedrijventerreinen zijn processen die al veel langer gaande zijn. Net als de ‘nieuwe’ kansen waar de schrijvers in het boek op wijzen: de overgang van zware industrie naar een diensteneconomie wat veel bedrijven doet terugverhuizen van de periferie naar de stad, andere wet- en regelgeving om te bouwen, de thuiswerktrend, de vraag naar een ‘vitale’ woonomgeving en de daarmee samenhangende hamvraag op het bordje van veel bestuurders: ‘hoe hou je de dynamiek van een stad levend?’

Tijdens de presentatie van WoonWerk! eind oktober, benadrukten redacteuren Wouter Groote en Erik Wiersema desalniettemin dat het slagen van functiemenging ‘een nieuwe attitude’ vergt. Weg van de ‘verkokering’, met een ‘brede visie’ en ‘open mind’. Functiemenging kan leiden tot meer diversiteit, levendigheid, inspirerende leefomgevingen en geintegreerde werkplekken. Maar het is geen Haarlemmerolie: “Er is lef en durf nodig”, aldus Wiersema en Groote. WoonWerk! laat hun inziens deze gewaagde mogelijkheden zien.

Daarmee is het een prachtig boek vol voorbeelden. Maar hadden we er daar al niet genoeg van? Na lezing blijft het knagende gevoel hangen dat de kans is blijven liggen om van inspirerende concepten over te gaan tot concrete, uitvoeringsgerichte instrumenten, die beleidsmakers dwingen dergelijke concepten ook daadwerkelijk toe te passen. Want dat functiemenging belangrijk is, weten we allemaal. Maar waarom wordt het dan toch nog zo weinig toegepast? Die vraag blijft onbeantwoord. Daarmee blijft WoonWerk, hoe mooi het initiatief en idee erachter ook is, toch een beetje oude wijn in nieuwe zakken.

Bouwmeester, Groote, Peper, i.o.v. Habiforum;
WoonWerk! Wegen naar functiemenging in de stad!
Sdu Uitgevers, Den Haag, 2007
ISBN 9789012120210

BedrijventerreinenNieuwe werken



Ook interessant:

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

De verborgen verhalen van Rotterdam

Teun van den Ende

Column: Tegenstellingen - de blinde vlek van het ruimtelijk beleid

Hans Peter Benschop