"Straks lachen we beschaamd om deze hype"

10 januari 2008  /  Sonja van der Sar

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Nederlandse steden zijn druk met het binnenhalen of behouden van de creatieve klasse. Maar wat vindt deze klasse zelf van alle ophef? In navolging op het interview met Franc Faaij over de creatieve stad vorige maand, interviewde journaliste Sonja van de Sar een Rotterdamse ontwerper die voldoet aan alle criteria van de creatieve klasse Hendrik-Jan Grievink.

De creatieve klasse zou volgens de Amerikaanse wetenschapper Richard Florida de economie stimuleren. In zijn boek uit 2002, getiteld ‘The rise of the creative class’ – door beleidsmakend Nederland met beide handen aangegrepen – wordt de economische groei van Amerikaanse steden verklaard door de aanwezigheid van een zogenaamde creatieve klasse. Deze klasse bestaat uit mensen die een bovengemiddelde bijdrage leveren aan de (stedelijke) economie. Aldus Florida.

De boodschap is aangekomen. Gemeenten bouwen speciale appartementen, creëren broedplaatsen (zie bijvoorbeeld creatieve industrie Rotterdam) en voeren beleid om de creatieve klasse binnen te halen. Wat vindt de creatieve klasse zelf van alle ophef? Kan er überhaupt beleid voor deze groep worden gemaakt? Wat is hun eigen beeld van de inbreng in de economie?

Wie en wat is dat precies, de creatieve industrie?
Volgens de Rotterdamse ontwerper Hendrik-Jan Grievink is het feit dat deze vraag wordt gesteld typerend voor de hele discussie rondom de creatieve industrie. “De Britse regering heeft in 1998 deze industrie omschreven als ‘industrieën die hun origine vinden in individuele creativiteit, vaardigheid en talent en die de potentie hebben om geld te verdienen en banen te creëren door het genereren en het exploiteren van intellectueel eigendom’. Maar ja, wat is dan intellectueel eigendom? Er zijn bijvoorbeeld genoeg trendy kapperszaken te vinden die volledig aan deze omschrijving voldoen, met als gevolg dat iedere stad die zichzelf op de creatieve kaart wil zetten ineens alle kapsalons in de statistieken opneemt. Op die manier kwam de gemeente Utrecht tot de conclusie dat Utrecht toch eigenlijk wel de creatiefste stad van Nederland was, terwijl ik je op een briefje kan geven dat dat niet zo is. Het punt is, niemand weet waar de creatieve industrie begint en waar deze ophoudt. Maar er wordt wel beleid op gemaakt omdat geen ambtenaar de boot wil missen.”

Behoor jij zelf tot deze klasse?
“Tsja. Ik ben ontwerper en word dus geacht creatief te zijn. En in al mijn onbescheidenheid ben ik dat ook … En ik verdien ook nog eens mijn brood met mijn creativiteit. Maar geld maken is voor mij een, helaas noodzakelijke, bijkomstigheid. Ik ben geïnteresseerd in wat ik aan de maatschappij kan toevoegen als ontwerper. Hoe ik zinvolle beelden en ideeën kan verspreiden. Dat gaat helemaal niet over geld. Bovendien werk ik alleen en sta ik niet ingeschreven bij een beroepsvereniging waardoor ik buiten bereik ben van de onderzoeksbureaus die de creatieve klasse definiëren, dus…”

De creatieve klasse zelf is er niet altijd blij mee dat beleidsmakers Florida’s boek als leidraad gebruiken. Waarom niet?
“Florida heeft in zijn boek een ontwikkeling geschetst die we niet kunnen ontkennen: sinds de productie van goederen is verplaatst naar Azië, zijn we ons in de westerse wereld steeds meer bezig gaan houden met immateriële en symbolische productie. Maar Florida geeft ook een toverrecept dat er bij beleidsmakers en stadsontwikkelaars ingaat als zoete koek: als je als stad de zogenaamde ‘creatieve klasse’ aan je kunt binden, dan kun je de lokale economie opkrikken. Immers, zet een paar designers in een afbraakpand en binnen no-time zit er een cappuccinobar – volgens Florida. Juist dit aspect maakt beleidsmakers zo geil op die creatieve industrie. Het geeft ze een tool om te doen waar ze goed in zijn: paradepaardjes bedenken. Het maakt creativiteit maakbaar – en vervolgens: afrekenbaar. Kijk maar om je heen, welke wijk heeft er tegenwoordig geen ‘broedplaats’ of ‘creatief cluster’? Ik verzet me echter tegen de éénzijdige benadering van dit alles. Creativiteit is per definitie iets wat zich niet laat vangen in regels. Ik snap dat beleidsmakers daar weinig mee kunnen, maar zij moeten beseffen dat niet alles maakbaar en meetbaar is. De overheid moet ondernemers vooral laten ondernemen, maar daarnaast ook artistieke en kritische makers financieel blijven ondersteunen.”

Je maakt je zorgen om de eenzijdige benadering van creativiteit…
“We hebben een vernauwd beeld van creativiteit: de creatieveling als trendzetter in consumptie. Ik vind dat er een verantwoordelijkheid bij de creatievelingen van nu ligt. Zij zullen de agenda moeten zetten en zelf met interessante projecten moeten komen. Het bedrijfsleven en de overheid gaat dit namelijk niet voor ze doen. Die willen vooral ‘exploiteerbare concepten’, oftwel: Senseo’s. Nu vind ik de Senseo geen slecht ontwerp, maar voor een middelmatig product dat heel Nederland aan de nepkoffie krijgt vindt ik alle roem wat overdreven.”

Hoe ziet volgens jou de toekomst eruit van de creatieve industrie?
“Ik denk vaak terug aan de jaren ’90, toen ik zelf op de kunstacademie zat. Ik kwam met nul komma nul aan digitale apparatuur binnen, ik vertrok met een mobiele telefoon, een e-mailadres en al mijn werk op een floppy. Het waren de hoogtijdagen van de dotcomhype. De hype is voorbij, maar het internet heeft onze levens voorgoed veranderd. Zo kijk ik ook naar de creatieve industrie. Om de hype zullen we beschaamd lachen over tien jaar, maar dat creativiteit een enorme rol in onze levens is gaan spelen, zal een feit zijn. Ontwerpers zullen steeds meer tools gaan ontwerpen waarmee mensen zelf kunnen (én zullen moeten) vormgeven.”

Sonja van der Sar ([email protected]) i.s.m. Hendrik-Jan Grievink (www.hendrikjangrievink.web-log.nl)

Dit interview is eerder gepubliceerd op A Great Place to Live, een platform voor pioniers die met lef, liefde en integriteit de wereld mooier willen maken. GPtL is een project van Pentascope.

beleidCreatieve stadRotterdamutrecht

Sonja van der Sar Journalist

Over de auteur

Sonja van der Sar is journalist en tekstschrijver.



Ook interessant:

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

'NL Magazine gaat voor de sprong voorwaarts'

Redactie NL Magazine

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom