Plan Rotterdams Stationskwartier overtuigt nog niet

20 december 2007  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

“Er kan van alles komen!” Gemeentelijk directeur Stadsontwikkeling Astrid Sanson vertelt enthousiast over het ambitieuze plan voor het nieuwe Rotterdamse Stationskwartier, tijdens een debatavond van Stichting Air. Vooralsnog een weinig overtuigend verhaal.

Het Stationskwartier is één van de dertien VIP gebieden van de Stadsvisie 2030 voor Rotterdam. Het wordt een intensief, levendig centraal stedelijk gebied, met een mix van functies in hoge dichtheid, aldus een gemeentelijk persbericht. Het moet letterlijk ‘de etalage van de stad’ worden, zo lichtte Astrid Sanson, directeur Stadsontwikkeling van de gemeente, het plan toe op de debatavond die het Rotterdamse architectuurinstituut Air organiseerde op 12 december jongstleden. “Een gebied met een 24-uurs dynamiek, mooi ingericht, dat representatief is voor de stad. Er kan van alles komen, met als doel de grote stromen mensen die hier dagelijks doorheen komen, er een tijdje vast te houden.”

Aanleiding voor het ambitieuze plan met de klinkende naam ‘Glocal City District’ is de komst van de HSL en het initiatief van een aantal private partijen om te investeren in het gebied. Vooralsnog is het belangrijkste uiterlijke aspect van het plan: heel veel hoogbouw. Het Hoogbouwbeleid 2000 – 2010 van de gemeente geeft geen hoogtebepalingen voor het gebied rondom het station. En met ruim 500.000 m2 aan voornamelijk kantoren en woningen is het logisch dat men de hoogte in wil.

In de goedgevulde zaal zaten voornamelijk beroepsmatig geïnteresseerden maar ook raadsleden, ambtenaren en ondernemers en bewoners uit omringende wijken. Deze laatste groep hield zich niet lang stil en gijzelde de discussie, die een vakinhoudelijk debat had moeten worden. De – overigens onsamenhangende – presentatie van stedenbouwkundige Rients Dijkstra van bureau Maxwan ontlokte hen het nodige cynische commentaar. Vooral de hoogbouw is natuurlijk een voorspelbaar pijnpunt; in de winter komen de achterliggende woningen mogelijk de gehele dag in de schaduw te staan.

Het waren echter niet alleen de bewoners die zich roerden. Ook de twee uitgenodigde criticasters spaarden het plan niet. Met name de kritiek van Hans de Jonge, hoogleraar vastgoed van de TU Delft, sneed hout. Het Stationskwartier is een perfecte plek om te zorgen voor de broodnodige verbreding van de economische basis van Rotterdam, aldus de hoogleraar, maar dan moet er nog wel wat gebeuren.

De reikwijdte van het plan vindt hij terecht veel te kleinschalig – “Schiphol komt op twintig minuten te liggen, wat doe je met dat gegeven?”. En: “Hoogopgeleiden verlaten Rotterdam terwijl je deze mensen juist hier wil houden. Deze plek leent zich voor internationale, kennisintensieve instellingen en die kansen moet je pakken.” Ook probeerde de hoogleraar de hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de 24-uurs economie te temperen. “Mensen slapen nu eenmaal. In de nacht is veiligheid op straat een belangrijk aandachtspunt.”

Een architecte uit de zaal vatte de kritiek samen: “Het doel is levendigheid, vervolgens worden enorm veel vierkante meters gepland, ‘met allerlei functies’. Maar wat komt er in die gebouwen en wat gebeurt er dan in het gebied? Wat is de kwaliteit van je plan? Blijft die levendigheid beperkt tot een paar stromen mensen in en uit het station per dag? Voor levendigheid is toch meer nodig dan hoogbouw?” Een andere kritische vraag betrof de bestaande kleinschalige ontwikkelingen nabij het station. Worden die ook meegenomen in de plannen of gaan de jonge creatieve bedrijven ten onder aan het grootschalige geweld, zoals zo vaak?

Hopen, dromen, zoeken
De invulling van de begane grond met winkeltjes, horeca en galeries, de architectuur van de nieuwbouw, de mooi ingerichte omgeving en de algehele kwaliteit van het plan; veel zal aankomen op de inzet en sturing van de gemeente. En de gemeente wil wel, maar heeft in feite weinig zeggenschap. Private partijen waren haar immers een stap voor. Hoewel de gemeente dergelijke investeringen niet per definitie afwijst, wil zij uiteraard een grote vinger in de pap houden bij de ontwikkeling. De vraag is of dat zal lukken. Astrid Sanson zei daarover: “Je ziet het vaker, dat private partijen initiatief tonen en de gemeente een stap voor zijn. Dit kan, maar als gemeente wil je dan wel aan tafel. Worden afwegingen zorgvuldig gemaakt? Past het in een groter ruimtelijk kader? Daar moeten wij op letten.” Tegelijkertijd hoorde je Sanson tijdens de avond vooral praten in termen van ‘Het zou mooi zijn’, ‘Dat zou leuk zijn’, en: ‘Het is een zoektocht’. Is dat de juiste invulling van de rol van de gemeente, hopen, dromen, zoeken?

Het is trouwens opvallend dat de betrokken private partijen vooralsnog buiten schot blijven. Zij gaan het plan realiseren, maar hielden zich akelig stil. Wat is hun inzet en betrokkenheid bij de stad eigenlijk? Het zou hen sieren als zij zich meer in het debat zouden mengen.

Dat er kansen liggen in dit centrale gebied voor Rotterdam, belangrijke kansen waarbij veel op het spel staat, is duidelijk. Maar een plan dat voorbij gaat aan bestaande ontwikkelingen, dat gefixeerd is op levendigheid door hoogbouw, waar de gemeente te weinig in de melk te brokkelen heeft, met een veel te kleine en te korte scope, en dat ten slotte ook nog eens waardeloos gepresenteerd wordt; een dergelijk plan zal die kansen laten liggen. Daar helpt geen lieve bewoner aan.

Download hier de Gebiedsvisie Stationskwartier (PDF)

Rotterdamstations



Ook interessant:

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand