De landhonger van BV Nederland

27 november 2007  /  Marius Heijn

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Het Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA) kreeg vorige week steun van de Kamer voor een onderzoek naar landwinning in de Noordzee. De wil is er, iedereen is enthousiast: de politiek, het Innovatieplatform en natuurlijk de baggeraars. Landschapsarchitect Adriaan Geuze heeft de tekeningen al klaar liggen. Planoloog Marius Heijn vindt dat aan de belangrijkste vraag akelig makkelijk voorbij wordt gegaan: waarom?

Het voorstel van Atsma is te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor landwinning in de Noordzee. Volgens Atsma heeft Nederland namelijk ‘landhonger’. De komende decennia groeit de behoefte naar land in de sectoren woningbouw, bedrijven, landbouw en natuur, volgens hem met twee-, driehonderdduizend hectaren. Om aan die behoefte te voldoen ziet Atsma mogelijkheden in zee. Atsma denkt aan een gebied ter grootte van anderhalf keer de Noordoostpolder: ´Noordzeeland´. Hier zou landbouw en natuur kunnen worden gerealiseerd, zodat woningbouw en bedrijfsterreinen de ruimte krijgen in de Randstad. Bovendien zou de landbouwsector met deze schaalvergroting de internationale concurrentie aan kunnen gaan.

Het Innovatieplatform ziet ook andere voordelen. Naast de veronderstelling dat klimaatverandering hogere waterstanden en extremere stormen met zich mee zal brengen, en bebouwing in zee de golfslag zou kunnen breken, zou landwinning in zee ook een maatschappelijk verantwoorde impuls voor innovatie binnen de watersector zijn.Er is ook kritiek. Zo wijst Milieuorganisatie Stichting de Noordzee erop dat de Noordzee onderdeel is van de ecologische hoofdstructuur en het grootste natuurgebied van Nederland is. Zee is dus ook natuur. En uitzicht. De weidsheid van de zee wordt erg gewaardeerd door mensen. Alleen door de eilanden voorbij de horizon van strandgasten te plaatsen, los je dat op. Maar hoe dat samen gaat met het feit dat de Noordzee één van de drukst bevaren zeeën ter wereld is, valt nog te bezien. Blijkbaar is er niet alleen op het land sprake van ‘ruimtelijke druk’.

Maar waarom?

De discussie lijkt vooral te gaan over de voor- en nadelen van een idee dat op zichzelf noodzakelijk geacht wordt. Daar zit nu juist de grootste stompzinnigheid. Wat is de werkelijke reden om land te winnen? De toekomstige ruimteclaim? Is het niet zo dat de groeiende ruimteclaim vooral voortkomt uit een zwak ruimtelijk beleid waar het gaat om de scheiding tussen stad en land? Zouden we allereerst niet eens flink op moeten ruimen en ruimte zoeken in het bestaande (stedelijk) gebied? Dat zou bovendien ook een heel ander probleem te lijf gaan: dat van de mobiliteit. Want met alleen extra ruimte ben je er nog niet.

Landbouw, natuur of woningbouw; het zal ook ontsloten en aangesloten moeten worden aan de bestaande (Randstedelijke) infrastructuur. Dat die de druk niet meer aan kan, is nu al een feit, daarvoor hoeven we de ‘landhonger’ van de komende decennia niet af te wachten. Voor voorbeelden van de gevolgen van nieuw land en de infrastructurele aansluiting op de Randstad kunnen we op een willekeurige ochtend een kijkje gaan nemen op de A6 tussen Almere en Amsterdam. Gelukkig weten Atsma en Geuze zelf ook niet wat je met het nieuwe land zou moeten doen. Geuze zegt in de NRC van zaterdag 10 november nota bene dat je eerst met één eiland moet beginnen om dan te bekijken hoe dat gaat, en wat je ermee wilt. En Atsma benadrukt in diverse media dat hij totaal nog geen idee heeft over hoe het moet worden, maar dat de belangstelling groot is. Inderdaad ja, bij vakbroeders.

Natte droom

Dat we ‘landhonger’ kunnen stillen met landwinning is dus een te kortzichtige gedachte. Wie met een nuchtere blik naar het voorstel kijkt, komt tot de conclusie dat hier geen sprake is van een serieuze zoektocht naar oplossingen voor de intensieve ruimteclaim in Nederland, maar dat het een natte droom is van de BV Nederland om de wereld haar kundigheid op het gebied van landwinning te etaleren. De investeringen die gemoeid gaan met een dergelijke grootschalige spielerei van een stel vakbroeders dat vindt dat Nederland een reputatie hoog te houden heeft, zouden beter ingezet kunnen worden voor een duurzame uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied en het zoeken naar structurele oplossingen voor het mobiliteitsprobleem.

Dit artikel werd tevens gepubliceerd in nrc next (19 november 2007)

Zie ook artikel Trouw “Een tulp van 60.000 hectare” (1 november 2007)

DubaiNoordzeepolitiekRandstad

Marius Heijn Conceptontwikkelaar

Over de auteur

Marius Heijn is conceptontwikkelaar bij ERA Bouw.



Ook interessant:

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Een ruimte van verschil

Hans Teerds