"Ons hele wonen is geridiculiseerd"

23 november 2007  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De Almeerse wethouder Ruimtelijke Ordening Adri Duivesteijn wil dat mensen zelf kunnen beslissen hoe hun woning eruit ziet. En dan met tienduizend kavels per jaar. Het voormalig Tweede Kamerlid ziet zijn gelijk inmiddels al bewezen. Maar liefst 14.000 mensen toonden onlangs belangstelling voor een kavel tijdens een manifestatie ‘ik bouw mijn huis in Almere‘. Een gesprek over weerzin, ambities, particulier opdrachtgeverschap en de toekomst van zijn Almere.

Adri Duivesteijn staat erom bekend dat hij nooit een blad voor zijn mond neemt, iets wat hem niet altijd in dank wordt afgenomen. Maar visionairs kunnen nu eenmaal niet altijd populair zijn, weet hij als geen ander. Zo liep hij twintig jaar geleden al voorop in de strijd tegen ruimtelijke segregatie en ghettovorming. Als wethouder stadsvernieuwing maakte hij zich grote zorgen over de verpaupering in de Haagse Schilderswijk. Nu, als wethouder in Almere staat hij weer op de barricaden. Ditmaal komt hij op voor het recht van mensen om zelf hun huis te kunnen bouwen. We treffen hem op het strand van Almere Poort; de toekomstige ‘strandstad van Nederland’, als we Duivesteijn moeten geloven.

Wat heeft u met particulier opdrachtgeverschap?

“Particulier opdrachtgeverschap is mede een kritiek op de institutionalisering van de woningbouw in Nederland. De manier waarop wij mensen huisvesten in Nederland is gewoon één groot moneymaking proces. Er wordt verschrikkelijk veel geld verdiend. Maar voor mij zijn volkshuisvesting en wonen heel erg verbonden met hoe mensen samenleven. Hoe mensen vanuit hun woonsituatie de kans krijgen zichzelf te ontplooien. Daarom zou de invloed die mensen hebben op de vormgeving van hun eigen woning gemaximaliseerd moeten worden. Ons hele wonen is geridiculiseerd doordat het is overgenomen door instituties die wel weten wat goed voor ons is. En daar ook fors aan verdienen. Ik voel daar diepe weerzin tegen.”

Schadelijke normen

De wethouder komt op dreef. “Wonen is publiek domein. Instituties als corporaties en ontwikkelaars hebben dat domein ingenomen. Je moet er vooral niet zelf over nadenken. Ja, je mag een optie kopen. Omdat een woning een schaars goed is, wordt het gemonopoliseerd. Daarbij worden de mensen in deze branche allemaal afgerekend op de vraag, of ze wel voldoende winst behalen. In die werkwijze zitten normen waarvan ik durf te stellen dat ze schadelijk zijn voor het product. Ik vind dat in Nederland geen inhoudelijk debat plaatsvindt over hoe wij wonen. We praten over betaalbaarheid, over starters die niet aan de bak komen, maar een echt debat over wat woonkwaliteit is,wordt niet gevoerd.”

Maar willen mensen wel zelf hun woning bouwen?
Die vraag is wat Duivesteijn betreft symptomatisch voor de Nederlandse situatie. Je zegt niet “mevrouw, wilt u zelf uw huis bouwen?” Nee, je formuleert over de ander. Feit is dat over de hele wereld mensen zelf hun huizen bouwen. Alleen in Nederland niet. Mensen kunnen hier niet eens die vraag beantwoorden. Het institutionele bouwen is zo vanzelfsprekend en alomtegenwoordig, dat de vraag of dit echt is wat we willen, niet meer opkomt.”

De schrijver en dichter Heere Heeresma zei het ooit treffend: je mag in Nederland je eigen opleiding kiezen, zelf je baan uitzoeken, zelf je partners kiezen en bepalen of je kinderen wilt. Maar je woning, die wordt voor je bepaald. En daar draait het om bij emancipatie volgens Duivesteijn: Nederlanders moeten in staat zijn te kiezen voor het bouwen van een eigen huis.

Ziel en zaligheid

“We praten in Nederland over woonconsumenten, maar ik praat over woonproducenten. Ik ben ervan overtuigd dat als mensen zelf bouwen, meer kwaliteit wordt gerealiseerd. Hier in Almere in de Noorderplassen worden zevenhonderd tot achthonderd woningen in particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd. De eerste 120 kavels zijn verkocht en ik vind de resultaten spectaculair. Mensen stoppen hun ziel en zaligheid erin. Een enorme diversiteit. Ik zeg niet dat het toparchitectuur is, maar intrinsiek zijn al die woningen interessanter. Je vraagt: “Willen die mensen dat wel?” Ja, kijk: die mensen willen dat.”

Woonproducenten, wat voor mensen zijn dat?
Bij voorlichtingsavonden over particulier opdrachtgeverschap zit er van alles in de zaal. Hoogopgeleide jongeren, stellen met een kinderwens en senioren die hun droomhuis willen realiseren. Maar ook ouders die hun ernstig zieke kind thuis willen verzorgen. Mensen met verschillende achtergronden, verschillende woonwensen en ook met verschillende budgetten. Een ding hebben ze gemeen: het zijn ondernemende, zelfbewuste mensen die een huis willen naar hun eigen, specifieke ideeën. En dat kan in Almere. “Het kan allemaal, maar niets hoeft”, relativeert Duivesteijn. “Mensen moeten zelf het initiatief nemen. Het is niet aan mij daar invulling aan te geven. Misschien vergis ik mij in de schaal, maar niet in het idee. Het bewijs wordt immers al geleverd.”

Suburbane wereld

Wat vindt Duivesteijn eigenlijk van Almere nu hij er een jaar zit? Een charmante stad, zo luidt het antwoord. Hij had dat zelf ook niet verwacht, zo lijkt het. Maar al dat groen hè. Almere zou in de ogen van de wethouder kunnen uitgroeien tot een ecologische stad. Water, ruimte, vrije fietspaden, vrije busbanen: de basisingrediënten voor milieuvriendelijk leven zijn aanwezig. En daarin is Almere uniek. “Bij de schaalsprong (het doorgroeien van Almere van de huidige 173.000 naar circa 400.000 inwoners rond 2030, red.) zou je dat qua duurzaamheid op een hoger niveau moeten tillen.”

Duivesteijn is voorstander van een sterke groei van Almere. Maar hij vindt dat je daarbij voorzichtig moet omgaan met klassieke stadsideeën als verdichting. “Verdichting is niet goed voor Almere. De kwaliteit van deze stad is de suburbane wereld. En die kwaliteit moet je koesteren. Je kunt wel op een aantal plekken nieuwe stedelijke momenten toevoegen, maar de suburbane basisstructuur moet je behouden. Het stadshart bijvoorbeeld vind ik fantastisch, een verheffing van de stad.”

Kansen grijpen

De carrière van Duijvesteijn lijkt goed gepland. Waar ziet hij zichzelf over tien jaar? Het antwoord is verrassend. “Geen idee! Ik doe niet aan loopbaanplanning. Dat vind ik helemaal niet interessant. Mijn ambitie is om hier iets te doen.” Bij de vraag wie de volgende Nota Ruimte moet schrijven, verschijnt een grote lach op zijn gezicht. Hij is blij met minister Cramer, omdat er na jaren weer iemand met een vakinhoudelijke achtergrond het departement bestiert. Dat was bij sommige van haar voorgangers wel anders. Met haar milieu- en duurzaamheidachtergrond kan Cramer scherpe kantjes van de Nota Ruimte afhalen. Die is naar zijn zin te liberaal, en laat veel te veel over aan marktpartijen en gemeenten.

Ziet u bij het schrijven van de volgende rijksnota een rol voor uzelf weggelegd?

“Niets is uitgesloten”, grijnst hij. “Als zich leuke kansen voordoen, pak ik die aan. Dat is ook de reden waarom ik naar Almere ben gegaan.” Maar voor hetzelfde geld heeft Duivesteijn Nederland dan al verlaten, en geniet hij van de Portugese zon. “Mijn broer heeft daar ook een huis.”

Bezoek RUIMTEVOLK op Youtube voor meer videofragmenten van het interview.

Tekst: Esther Juurlink, Bart Cosijn en Sjoerd Zeelenberg
Camera: Bart Cosijn

AlmereParticulier opdrachtgeverschappolitiekVinexWoningmarktZelfbouw



Ook interessant:

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

De ontluikende kracht van middelgroot

Anne Seghers